De pop van zuster Stieltjes
Wijkverpleegkundigen staan in het middelpunt van de belangstelling. Ze zijn creatief en innovatief en dat heeft de zorg van de toekomst hard nodig. Ook Antje Stieltjes, wijkverpleegkundige in de negentiende eeuw, beschikte over die kwaliteiten. En ze stak haar innovatiedrang niet onder stoelen of banken. Daarmee is ze nog altijd een ware ambassadeur van het vak.
Antje Stieltjes
Wijkverpleegkundige Antje Stieltjes (1866-1931) verbaasde in 1898 vriend en vijand met een revolutionaire uitvinding. Ze ontwierp het ‘Werkmansverband’, een verband om fabrieksarbeiders die last hadden van eczeem slimmer te verbinden en ze zonder al te veel pijn te verschonen. Haar uitvinding paste ze toe op een popje, dat ze instuurde naar een wedstrijdcommissie op de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid. Met haar uitvinding won ze de hoofdprijs.
Wijkverpleging in opmars
In de tweede helft van de negentiende eeuw kreeg de medische wetenschap inzicht in het ontstaan van besmettelijke ziekten. Dit had ook invloed op de zorg aan huis. De – nog ongediplomeerde – kloosterzusters en diaconessen konden de vraag naar hulp aan huis niet meer aan. Artsen wilden meer preventieve maatregelen op het gebied van hygiëne. De Wet op de besmettelijke ziekten uit 1872 bleek niet voldoende. Die richtte zich vooral op genezing van ziekten. Preventie, het voorkomen van ziekten, stond nog in de kinderschoenen.
Een particulier initiatief
Toen bleek dat de Wet op de besmettelijke ziekten niet toereikend was om besmettelijke ziekten te voorkomen, kwamen geneeskundige inspecteurs in Noord-Holland in actie. In 1875 richtten zij de Noordhollandsche Vereeniging tot afwering van epidemische ziekten en tot hulpbetoon tijdens epidemieën, het Witte Kruis op. Deze koepelorganisatie kwam voort uit tien plaatselijke particuliere verenigingen, met Hilversum als voortrekker. Het Witte Kruis richtte zich op voorlichting over gezondheid en hygiëne, ontsmettingsactiviteiten en bestrijding van pokken. Er kwamen magazijnen met matrassen, lakens, dekens, urinalen en andere benodigdheden voor de thuisverpleging.
De wijkverpleegkundige als spil
Kruisverenigingen konden concurreren met ziekenhuizen door wijkverpleegkundigen zieken thuis te laten verplegen. De wijkverpleegkundige was de schakel tussen de huisarts en de patiënt. Als vertrouwensfiguur gaf ze voorlichting aan de patiënt en de gezinsleden en droeg ze het motto ‘rust, reinheid en regelmaat’ uit. Verder was ze een informatiebron voor huisartsen en besturen van kruisverenigingen. Zij lichtte hun in over de gezondheidssituatie in de wijk. Wijkverpleegkundige was een zelfstandige, veeleisende functie, waarvoor empathie, creativiteit, flexibiliteit en mobiliteit noodzakelijk waren. In het kruisgebouw assisteerde ze de consultatiebureauarts bij het onderzoeken en vaccineren van kinderen. Vandaaruit regelde ze de uitleen van hulpmiddelen en gaf ze voorlichting. Ze woonde zelf ook, tussen haar cliënten, in de wijk.
Antje Stieltjes
Antje Stieltjes leefde van 1866 tot 1931. Ze was een van de eerste wijkverpleegkundigen in Nederland. Haar werkterrein was de omgeving van Deventer. Uit haar aanpak van dagelijkse problemen blijkt hoe allround, innovatief en mobiel wijkverpleegkundigen waren.
De Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid
In 1898 was Nederland in de ban van de inhuldiging van prinses Wilhelmina tot koningin. Voor de vrouwenbeweging was dit een uitgelezen moment om aandacht te vragen voor het werk dat de Nederlandse vrouwen allemaal uitvoerden. In Den Haag organiseerde men daarom de ‘Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid’. Een enorm evenement met talloze exposities, lezingen en symposia over het werk van vrouwen. Maandenlang was de stad het toneel van vrouwenwerk. Ook de verpleging, ‘typisch vrouwenwerk’, en dan vooral wijkverpleging, kwam aan bod. Er werd ook een prijsvraag uitgeschreven voor de meest creatieve uitvinding en vrouwen werden opgeroepen om zelfgemaakte producten op te sturen naar de beoordelingscommissie. Ze deden dit massaal.
Oplossing voor tijdrovende behandeling
De oproep om een eigengemaakt product in te sturen kwam ook Antje Stieltjes ter ore. Ze stuurde haar uitvinding in naar de wedstrijdcommissie. Wat had zuster Stieltjes bedacht en wat inspireerde haar? De wijkverpleegkundige zag veel fabrieksarbeiders in haar praktijk die last hadden van eczeem. Een pijnlijke aandoening die de arbeiders lange tijd minder mobiel maakte. De traditionele behandeling bestond uit het aanbrengen van vette zalf met daaromheen dikke verbanden. Die moesten soms over het hele lichaam worden aangebracht en daardoor was dit een vervelende behandeling. Bovendien kon de arbeider lange tijd niet werken, wat de werkgever vervelend vond. Voor zuster Stieltjes betekende het verzorgen van eczeem vooral een tijdrovende behandeling. Ze bedacht daarom het Werkmansverband.
Antje Stieltjes (rechtsachter) met kinderen behandeld tegen luizen. Collectie Museum voor de Verpleegkunde.
Het Werkmansverband
De uitvinding van Antje Stieltjes was een innovatie op het gebied van wondzorg. Dit zogenoemde Werkmansverband was zo ingenieus dat de arbeider die ermee verbonden was daarna gewoon aan het werk kon. Het verband hoefde bovendien niet meer dagelijks te worden verschoond.
Enthousiast
Aangemoedigd door de positieve reacties van haar patiënten besloot Antje Stieltjes haar uitvinding in te sturen naar de wedstrijdcommissie van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid. Ze kocht een klein popje en verbond dat met stukjes scheurlinnen volgens de methode van het Werkmansverband.
Antje Stieltjes stuurde het gezwachtelde popje op naar de afdeling Zieken- en Wijkverpleging op de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid. De dames in de wedstrijdcommissie reageerden enthousiast en beoordeelden de uitvinding als ‘belangrijk’ en ‘van praktisch nut’. Op 20 september 1898 viel een belangrijke brief op de deurmat van Antje Stieltjes.
Zilver voor Antje Stieltjes
Het Werkmansverband van wijkverpleegkundige Stieltjes had de zilveren medaille gekregen. Op de ene kant van deze medaille prijkt de naam van Antje Stieltjes, op de andere kant staat de jonge koningin Wilhelmina. De zware medaille zit in een rond houten doosje.



Nalatenschap
Na haar succesvolle uitvindingbleef Antje Stieltjes nog jaren actief werkzaam in Deventer. Hoezeer haar collega’s haar waardeerden, blijkt wel uit het afscheidslied in 1918. Ze was twintig jaar in haar wijk steun en toeverlaat geweest voor jong en oud, maar vooral voor de zieken.
In 1933 overleed Antje Stieltjes. Ter nagedachtenis aan haar werd het Zuster Stieltjes Fonds opgericht, bedoeld om een klein pensioentje te kunnen uitreiken aan oud-wijkverpleegkundigen. Het patroon van het Werkmansverband, het unieke popje én de zilveren medaille zijn tastbare herinneringen aan deze innovatieve wijkverpleegkundige.
Topstukken
Het popje en de zilveren medaille in houten doosje behoren tot de topstukken van het verpleegkundig erfgoed. Mevrouw E. Pfundt-Doorn schonk de objecten in 2008 aan het Florence Nightingale Instituut.
- Waldekker, Marianne – De Nationale Vrouwententoonstellingen en hun voorgeschiedenis, 1898-1948 (1997).
- Pott-Buter, Hettie en Tijdens, Kea – Vrouwen; Leven en werk in de twintigste eeuw (Amsterdam, 1998).
- Daalen, Rineke van en Gijswijt-Hofstra, Marijke – Gezond en wel. Vrouwen en de zorg voor gezondheid in de twintigste eeuw (Amsterdam, 1998)
- Grever, Maria en Waaldijk, Berteke – Feministische openbaarheid. De Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid in 1898 (IIAV,1998)
- Maandblad voor Ziekenverpleging (1898)