Kees Rooijens
Kees Rooijens was een verpleger met een groot hart voor zijn medemens, in het bijzonder voor psychiatrisch patiënten. Hij stond aan de wieg van het ambulancevervoer in Utrecht en Nijmegen en maakte als ambulancebroeder de Slag om Nijmegen mee. Toen hij als verpleger letterlijk en figuurlijk voor hete vuren kwam te staan, putte hij veel steun uit zijn geloof in God.
Katholiek nest
Cornelis Joannes Rooijens werd op 21 april 1907 geboren in een katholiek nest in Tilburg. Zijn roepnaam was Kees. Hij groeit op in een groot gezin, met twee zussen en drie broers. Het gezin Rooijens had het niet breed, maar Kees beleeft desondanks een fijne jeugd.
Kees volgt de lagere school, maar maakte de MULO (een soort voorloper van de mavo) niet af. Hij had een aantal verschillende baantjes. Hij werkte bij de Posterijen Telegrafie en Telefonie (PTT, de voorloper van PostNL) en als winkelbediende. Een vriend van Kees, verpleger-in-opleiding, vertelde zo enthousiast over zijn opleiding dat Kees ook verpleger wilde worden.
Bedachtzaam, bescheiden, vroom
Kees begon op zijn zeventiende met de in service-opleiding tot B-verpleger. Dat betekent dat hij intern opgeleid werd in de krankzinnigenverpleging. Kees volgde zijn opleiding tot verpleger tussen 1924 en 1929 in het Rijkskrankzinnigengesticht in Woensel, bij Eindhoven. Op 22 mei 1929 haalde Kees zijn B-diploma op 22-jarige leeftijd. Hij stond onder collega’s en patiënten bekend als rustig, bedachtzaam, bescheiden en vroom. De zorg voor psychiatrische patiënten, een groep die buiten de boot viel in de samenleving, zou Kees het leven lang aan het hart gaan.
Daarnaast leerde hij niet alleen het verpleegkundig vak in Woensel, hij leerde er ook zijn grote liefde kennen. De één jaar jongere Elisabeth Susanna (Lies) Ketelaar volgde ook de B-opleiding in het Rijkskrankzinnigengesticht. Ze kwam uit een arm Fries gezin. Om haar ouders te ontlasten trad ze in de voetsporen van haar broer, die ook in Brabant de B-opleiding volgde. Kees en Lies werden in Woensel verliefd.


Opleiding in het Sint Elisabethziekenhuis
Het gesticht bood Kees een vaste aanstelling aan, maar die sloeg hij af. In november 1929 startte hij met de A-opleiding, een opleiding tot algemeen verpleegkundige, in het spiksplinternieuwe Sint Elisabethziekenhuis in Tilburg. Als man vormde Kees de uitzondering, vermoedelijk was hij zelfs de eerste. Op zijn diploma zijn de overbodige letters in het woord verpleegster weggestreept, zodat er verpleger staat.

Het A-diploma van Kees Rooijens. Collectie Museum voor de Verpleegkunde
In zijn praktijkboekje valt terug te vinden dat hij bij mannelijke patiënten werd ingezet, wederom is er met de hand een aanpassing gemaakt in de officiële documenten dat het hier een verpleger, geen verpleegster, betreft. Handelingen rondom de lichamelijke verzorging van vrouwen en kinderen zijn niet afgetekend, dat is in die tijd gebruikelijk. Pas in 1971 mogen verplegers ook vrouwen en kinderen verzorgen.
Ook zijn daar handelingen te vinden die Kees bij zijn latere baan als ambulancebroeder goed van pas zouden komen, zoals (hoofd)verbanden en gipsverbanden aanleggen, injecties geven, spalkverband gereedmaken, en het vervoer van patiënten die genezen zijn van besmettelijke ziekten.
Op 27 januari 1932 verloofden Kees en Lies zich. Op 10 februari van datzelfde jaar ontving Kees zijn A-diploma. Daarna bleef hij nog een jaar in het ziekenhuis werken, vermoedelijk op de chirurgische afdeling. Lies haalde op 5 mei 1932 haar B-diploma in Woensel.



Carrière bij de GG&GD
Op 10 januari 1933 trouwden Kees en Lies in Tilburg. In juni begon Kees bij de Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst (GG&GD) in Utrecht, waar hij na twee jaar een vaste aanstelling kreeg. De GG&GD Utrecht regelde het ziekenvervoer in de stad. De dienst had vijf ambulances, die werden gestald bij en beheerd door de brandweer.
Kees was als junior met name bezig met het ziekenvervoer. De senior-verplegenden werkten vaker op kantoor en in de telefooncentrale. De GG&GD voerde ook de medische keuringen van gemeentepersoneel uit en verzorgde eerstehulpverlening op drie locaties in de stad. Andere taken in Kees’ pakket waren het ondersteunen van medische keuringen en het aanvullen van de verbandtrommels van de politie. Ook was hij belast met wat administratieve taken.


Daarnaast zette Kees zich in vrije tijd in als vrijwilliger door zieken per ambulance naar kerkdiensten te vervoeren. Kortom, hij hield zich bezig met van alles. Ook privé had hij het druk gekregen. In 1937 telde het gezin Rooijens vier kinderen: Gerard (1933), Klaas (1935), Thea (1936) en Kees jr. (1937).
De Nijmeegse GG&GD
In 1938 solliciteerde Kees in Nijmegen, waar de GG&GD nog opgezet werd. Hij had behoefte aan een serieuzere functie. Kees had een brede ervaring als A- en B-verpleegkundige met ervaring bij de Utrechtse GG&GD. Toch werd hij ternauwernood niet aangenomen, omdat de directeur vond dat hij ‘iets aanstellerigs’ had in zijn doen en laten. Hij kreeg de baan toch.
De werkdruk bij een GG&GD was hoog. Naast het fulltimewerk kon een verpleger ook ’s nachts ten alle tijden uit bed geroepen worden voor eerste hulp en ziekenvervoer. In Nijmegen had Kees een zwarte telefoon in de gang, waarvan de belkosten werden vergoed door de GG&GD. Bij een noodoproep vertrok hij op zijn dienstfiets, met achterop een plaatje voor de rijwielbelasting (ook vergoed door de GG&GD) en een plankje voor de EHBO-tas met spalken, injectiespuiten, verband en jodium. Moest er ziekenvervoer komen, dan regelde Kees een ambulance. Alleen als het echt nodig was ging hij zelf op die ambulance met de patiënt mee.
Ambulancebroeder in de frontlinie
In mei 1940 bezet Nazi-Duitsland. De bezetting veranderde het dagelijks leven, maar ook in de grensstad Nijmegen ging het leven door. Kees kreeg in mei 1940 een vaste aanstelling bij de GG&GD. Tijdens de beginjaren van de oorlog werden nog een dochter en zoon geboren, Els (1941) en Harrie (1942).
Kees had het moeilijk met de Duitse bezetting. Waar mogelijk hielp hij onderduikers en het verzet een handje. Vanwege zijn vitale beroep was er een kleine kans dat hij werd opgeroepen voor dwangarbeid, hij kon veilig over straat. Tijdens de oorlogsjaren vormde het huis van de Rooijens een veilige haven voor bekenden en buurtgenoten. Iedereen wist waar de broeder woonde, die een EHBO-tas bezat en zorg kon verlenen.
Grensstad in de oorlog
Kees maakte als verpleger veel traumatische momenten mee. Met name tijdens de Slag om Nijmegen in september 1944 zag hij veel ellende. Kees hield een dagboek bij om zijn ervaringen vast te leggen, maar ook om zijn trauma te verwerken. Hij verstopte een ambulance in de buurt van zijn huis, in de hoop dat de Duitsers, die al meerdere ambulances hebben ingenomen, die niet vorderden. Zo kon hij er nog op uit trekken om gewonden te verzorgen, of doden te bergen. Als chef dwong Kees niemand te werken. Hij vond het slagveld te gruwelijk, het werk moest voortkomen uit de wens en christelijke plicht om te zorgen.
‘Het centrum der stad is een hel gelijk. Een rode gloed verdrijft het duister van de avondhemel en alom hoort men het sinistere geknetter der vlammen. Onafgebroken fluiten en gieren de granaten.’


Samen met een goede vriendin en collega, Zuster Hochstenbach, Miek voor intimi, reed Kees rond om slachtoffers te helpen. Het ambulancewerk was levensgevaarlijk. Kees en Miek werkten tijdens schietgevechten en granaatinslagen door. Dat ze al die maanden gespaard bleven, is een wonder. De Nijmeegse straten ‘branden als fakkels’ en liggen vol slachtoffers. De ene na de andere zwaargewonde patiënt stierf in de ambulance.
‘En zo trekken wij dan als in een roes, in een gruwelijke droom, van de ene sterfplaats naar de andere. Van een sterfbed kan immers niet meer worden gesproken.’
De Slag om Nijmegen vond plaats van 17 tot 20 september 1944. De slag was onderdeel van de Operatie Market Garden. De geallieerden probeerden de Waalbrug en de Spoorbrug intact te veroveren, zodat ze snel door konden trekken naar Arnhem, waar ook werd gevochten. De verovering van Nijmegen duurde langer dan gehoopt. Het was een heftige slag, die vele burgers het leven kostte en grote verwoestingen heeft veroorzaakt. Hoewel het de geallieerden uiteindelijk lukte om op 20 september de bruggen in te nemen en de Waal over te steken, was dat te laat om Arnhem te ontzetten. Operatie Market Garden mislukte.
Hoewel Nijmegen op 20 september 1944 dus werd bevrijd, was de oorlog nog lang niet voorbij. Nijmegen was nu een stad in de frontlinie geworden, waar nog steeds bommen en granaten vielen. Het zou nog een half jaar duren voor het oorlogsgeweld af zou nemen.
Veel hulpverleners raakten tijdens het werk in shock, soms te erg om nog door te kunnen werken. Kees en Miek wisten het ondanks alles vol te houden. Het duo bad veel, maar putte ook kracht uit hun vriendschap en samenwerking. Kees schrijft in zijn dagboek over Miek:
‘Na langdurig en ingespannen werken kan ik thans de voorbije dingen nog eens bepraten met Miek, mijn trouwe helpster. Zij is zo flink geweest. Ik heb respect voor haar. Terwijl verschillende volwassen mannen het reeds opgaven, bleef zij steeds bij mij, ook op de gevaarlijkste plaatsen. Het blijkt wel, dat in dergelijke omstandigheden alle mensen gelijk zijn en ik gevoel mij dan ook niet meer als haar chef. Zonder dat zij hiertoe de opdracht krijgt, doet zij als vanzelfsprekend al wat nodig is en zelfs meer dan dat, omdat zij haar Christenplicht van naastenliefde in deze kritieke dagen aanvoelt, zoals ik dat doe. Wij weten, dat er een grote kans bestaat om zelf ook te worden getroffen en beloven in dat geval voor elkaar te zullen zorgen. Mensen, die in nood verkeren, komen zo ongelooflijk dicht bij elkaar te staan.’
Na de oorlog
Na de oorlog vertelde Kees geregeld over zijn ervaringen te vertellen. Hij ontving vanwege zijn oorlogsverdiensten het Herinneringskruis 1944-1945 van het Rode Kruis en de Luchtbeschermingsmedaille. Na al het leed beleefde Kees ook weer geluk, nog twee kinderen werden geboren, Vincent (1945) en Ursula (1947).
Als verpleger richtte Kees zich na de oorlog op zijn leidinggevende taken binnen de GG&GD. Hij bleef daarbij altijd extra omkijken naar de psychiatrische zorg. Broeder Rooijens was een soort rijdend psychiatrisch verpleegkundige die veel aan huis kwam, bijvoorbeeld bij bedreigingen of zelfmoorddreigingen. Ooit verleende hij zorg aan een Italiaanse patiënt, die bezig was om zijn trui op te eten. Alleen Kees wist hem in de politiecel een beetje tot bedaren te krijgen. Uiteindelijk bracht hij de man persoonlijk per vliegtuig naar een inrichting in zijn moederland. Het verhaal is illustratief voor Kees’ enorme toewijding voor zijn vak en patiënten.
Groepsfoto van het GG&GD-personeel in Nijmegen, naast twee nieuwe Chevrolet DP ambulances. Kees Rooijens is de derde van links. Fotopersbureau Gelderland/Collectie Regionaal Archief Nijmegen
‘Een voorkomen als geneesheer’
In de jaren ’50 reed Kees per jeep door Nijmegen om zijn patiënten te bezoeken. Zijn oudste zoon Gerard zat achter het stuur. Soms mocht jongste zoon Vincent mee om het kaartenbakje te beheren. Beide zoons moesten wel altijd in de stationair draaiende jeep op hun vader wachten. Kees klom op binnen de GG&GD en werd chef. Een politieman zei over hem:
“Rooijens werd min of meer als ‘de dokter’ gezien. Hij had de manieren er wel naar. Een plechtig iemand, statig persoon. Had een voorkomen als geneesheer, een innemende man.”
In mei 1972 ging broeder Rooijens met pensioen. Hij kreeg de eremedaille in goud binnen de orde van Oranje-Nassau.
Groepsfoto van het GG&GD-personeel in Nijmegen midden jaren ’50. Kees Rooijens is inmiddels chef en is de zevende persoon van links op deze foto. Fotopersbureau Gelderland/Collectie Regionaal Archief Nijmegen
Toneel, poëzie en bedevaartstochten
Kees Rooijens was naast zijn werk lid van de katholieke liefdadigheidsorganisatie de Sint Vincentiusvereniging. Hij hield ook van poëzie, kluste in en rond het huis, en zat op de toneelclub ARKA (Algemeen Rooms-Katholieke Ambtenarenvereniging).
Verschillende malen trok broeder Rooijens met zijn gezin en vrienden naar Lourdes, een bedevaartsoord in Zuid-Frankrijk waar de Heilige Maagd Maria verschenen zou zijn en waar wonderbaarlijke genezing van zieken mogelijk zou zijn. Ook Lies reisde als (hoofd)verpleegster mee om zieken te begeleiden.
In 1982 verhuisden Kees en Lies naar een serviceflat in Heerenveen, om dichter bij de familie te wonen. Lies overleed daar in 1992. Kees Rooijens overleed 9 dagen voor zijn 90ste verjaardag, in 1997. Of deze verpleger, die de dood zo vaak in de ogen keek, daar bang voor was? ‘Bang niet, maar wel heel erg nieuwsgierig.’
Kees en Lies bij hun 55-jarig huwelijksjubileum. Collectie Museum voor de Verpleegkunde
Met speciale dank aan Vincent Rooijens.
Gras, Thijs, Broeder in een brandende stad. De ervaringen van GGD-verpleger C.J. Rooijens op het slagveld van Nijmegen 1944-1945 (2015).