Katwijks kindersanatorium in oorlogstijd
Het Zeehospitium bevond zich in de duinen van Katwijk, op steenworp afstand van het strand. De lucht was er fris en schoon, de fabrieken van Rotterdam ver uit het zicht. Vlakbij ruiste de Noordzee. In het Zeehospitium kwamen kinderen om te genezen van één van de beruchtste ziektes van het begin van de twintigste eeuw: tuberculose.
Het ‘Zeehos’
Kinderen die leden aan tuberculose konden dus terecht in het ‘Zeehos’, soms ook kortweg ‘Hos’ genoemd. Dit tbc-sanatorium speciaal voor kinderen werd op 5 april 1908 geopend door koningin Emma. Hoewel het sanatorium in Katwijk aan Zee stond werd het ook wel het Rotterdamsch Zeehospitium genoemd.
Het sanatorium werd gebouwd met financiële steun van Rotterdamse fabrikanten, waarvan de familie Van den Bergh, eigenaren van een margarinefabriek, de voornaamste was.
Bij de oprichting had het Zeehospitium zeventig patiënten. De vraag naar zorg voor kinderen met tuberculose was al snel groter dan de capaciteit van het sanatorium, al in 1912 kwamen de eerste plannen voor een uitbreiding op tafel.
Het Rotterdamsch Zeehospitium in 1908. Collectie Katwijks Museum Collectie Katwijks Museum
Zeehostunneltje
Het overgrote deel van de patiënten in het Zeehospitium was onder de 14 jaar oud. Om te voorkomen dat de kinderen een leerachterstand opliepen, kregen ze vanaf 1916 ook schoollessen. In eerste instantie werden die op de slaapzalen en bij goed weer op het terras of in een duinpan gegeven. Vanaf 1934 beschikte het Zeehos over een eigen schoolgebouw.
Rond diezelfde tijd werd ook een tunneltje aangelegd naar het eigen strand, het ‘Zeehostunneltje’. Bedlegerige patiënten konden over een smalspoor naar het strand worden gereden om daar van het strand te genieten.


Tuberculose, in de volksmond ook wel de tering genoemd, wordt veroorzaakt door de tuberkelbacterie. Die bacterie nestelt zich meestal in de longen, maar kan zich ook in de gewrichten of organen bevinden. Besmettelijke tuberculose wordt open tuberculose genoemd.
Tuberculose joeg vele mensen angst aan; begin twintigste eeuw waren er nog geen medicijnen die tbc konden genezen, en de ziekte was dodelijk. Tbc tierde welig in de overbevolkte, verkrotte arbeidswijken in de Nederlandse steden, waar de hygiëne slecht was en armoede heerste. Maar tuberculose discrimineerde niet: ook rijke burgers en plattelandsbewoners werden getroffen. Jaarlijks stierven duizenden Nederlanders aan tuberculose.
Ondanks het gebrek aan effectieve medicijnen, staken verpleegkundigen en artsen de handen uit de mouwen. In sanatoria aan de kust, op het platteland of in de natuur konden aansterken en hopelijk genezen. Men geloofde dat de beste medicijnen voor genezing van tuberculose rust, zonlicht en frisse lucht waren. Ook zeewater en zeelucht zouden gezond zijn.
Het Zeehospitium in oorlogstijd
Op 10 mei 1940 viel nazi-Duitsland Nederland binnen. Vlakbij Katwijk lag het vliegveld Valckenburg. Daardoor werd er vijf dagen lang zwaar gevochten in de omgeving van het Zeehospitium. De patiëntjes en het personeel werden haastig overgebracht naar hotels in Zandvoort. Na drie weken was de kust letterlijk en figuurlijk weer veilig.
Na de bezetting ging het leven in het sanatorium verder. Het strand en het Zeehostunneltje bleven beschikbaar, en niet alleen voor de kinderen van het Zeehos. Het Zeehostunneltje werd ook gebruikt door Engelandvaarders die Nederland wilden ontsnappen.
Wijken voor de Atlantikwall
In november 1942 moesten de patiënten en het personeel van het Zeehos opnieuw wijken vanwege de oorlog. De Duitse bezette ontruimde volledige kustlijn voor de aanleg van de Atlantikwall, een verdedigingslinie die moest voorkomen dat de geallieerden voet aan wal kregen. Maar liefst honderdvijftig patiënten, de stafleden en de inventaris moesten dus geëvacueerd worden. Maar waar kon het Zeehospitium zoveel zieke kinderen kwijt?



Het sanatorium vond onderdak in het dorp Paterswolde, vlak onder Groningen. De familie Heikens, eigenaar van het Familiehotel Paterswolde en het Paviljoen Heikens, gelegen aan het Paterswoldse Meer, stelde deze panden ter beschikking. Zelf gingen ze tijdelijk ergens anders wonen. Het personeel uit Katwijk en hun gezinnen konden terecht in ongebruikte zomerhuizen in de buurt.
Het Familiehotel was een zeer geschikte locatie: het idyllische gebouw was in 1888 als ‘Hotel en Herstellingsoord Paterswolde’ gebouwd door een aantal rijke families. Het was bedoeld als buitenverblijf en zodat ‘stadskinderen’ konden herstellen van ziektes. Frisse buitenlucht en rust waren, net als voor tuberculosepatiënten, daarbij de belangrijkste medicijnen. Het gebouw werd uiteindelijk meer hotel dan kuuroord, tot november 1942.
De evacuatie naar Paterswolde
Op 20 november 1942 verhuisden de patiënten en het personeel onder begeleiding van het Nederlandsche Roode Kruis naar Paterswolde. Er moesten ruim 150 patiënten verhuisd worden.
Daarnaast gingen 52 personeelsleden uit Katwijk mee naar Paterswolde. Dat was niet alleen de verpleging, maar ook de onderwijzer, de timmerman, schilder, elektricien, tuinman en hun gezinnen.
Iedereen werd eerst vanuit Katwijk met Roode Kruisauto’s naar Leiden vervoerd. Daar wachtte een speciale trein, die hen naar Groningen zou vervoeren. Dat was geen kleine klus: van de 150 patiënten hadden er 8 open tuberculose en 30 difterie. Zij waren zeer besmettelijk.
De overige 120 niet-besmettelijke patiënten waren ook niet gemakkelijk te vervoeren: 80 kinderen moesten liggend vervoerd worden, 29 van hen in gipsbedden vanwege gewrichtstuberculose. Soms moesten de patiëntjes met brancard en al door het raam van een trein geschoven worden. Vanaf Groningen werd het gehele Zeehos met een Roode Kruiscolonne naar Paterswolde begeleid. Rond etenstijd was iedereen op de nieuwe stek gearriveerd.
Evacuatie van tbc-patiëntjes met de trein van Leiden naar Groningen. Fotoalbum Mies Overman Privécollectie Bep Kastelijns
Een Katwijks kindersanatorium in het noorden
Ondanks de oorlog en de angst voor de besmettelijke en dodelijke tuberculose werd het Zeehospitium gastvrij onthaald in Paterswolde. Overal in het dorp werd plek gemaakt voor de patiëntjes. Want na de verhuizing was het Zeehospitium ook verplicht om patiënten uit de noordelijke provincies onder te brengen. Hierdoor waren het Familiehotel en Paviljoen al snel te klein.


Veertig jonge patiënten konden terecht in het Clubhuis van de Vereniging Watersport Paterswolde (VWP). Tijdens de Spertijd gebruikte geneesheer-directeur Warns een kano om heen en weer te varen tussen het Familiehotel en het Clubhuis. Toen het Clubhuis in 1944 werd ontruimd, werden de kinderen per boot verhuisd naar een cafégebouwtje ten zuiden van het Familiehotel.
Heimwee
De kinderen moeten het ontzettend zwaar hebben gehad. Ze waren ver weg van huis, zonder ouders en familie, ziek en vastgekluisterd aan bed. En dan was het ook nog eens oorlogstijd. Het personeel, dat eind 1944 bestond uit onder andere 9 gediplomeerde verpleegsters en 38 leerling-verpleegsters, probeerde de kinderen dan ook zo goed als ze konden te ondersteunen en vermaken.
Er waren religieuze jeugddiensten en op winteravonden werden vogelfilms, natuurfoto’s en kinderfilms vertoond. Ook vierde het Zeehos trouw Sinterklaas.
Sommige kinderen konden tijdens de oorlog na genezing terug naar huis in Zuid-Holland, anderen werden belemmerd in hun reis terug en moesten tot na hun genezing in het Zeehospitium blijven. Zo zullen zowel angst en heimwee, als lol een rol hebben gespeeld in het leven van de kinderen.
De Bevrijding
Toen de Canadezen in april 1945 het Familiehotel naderden, bereidde het Zeehos zich voor op gevechten. In de verte was het geschut al te horen. Honderden stropakken werden als soort vestingmuur om het Familiehotel heen gelegd. In de gang werden wallen van melkpoederpakken gebouwd.
Het personeel en de patiënten verschansten zich in de gangen en kelders van het Familiehotel. Voor de kinderen op brancards en in gipsbedden, die niet konden lopen, moet het een heel eng, misschien zelfs traumatische, ervaring zijn geweest.


Dansen met de zusters
Uiteindelijk bleef Paterswolde hevige gevechten bespaard. Op 13 april 1945 werd het dorp bevrijd door het Canadese leger. Het hoofd van de linnenkamer, A.A. Elfferich, kreeg daarvan enkele foto’s, gemaakt door fotograaf L. Schipperus. De patiënten en het personeel keken niet alleen toe hoe de Canadese soldaten het Familiehotel voorbij trokken, ze kregen van de soldaten ook ladingen chocola en snoepgoed.
De kinderen […] genoten van het voorbijtrekkende oorlogsmaterieel. Canadese militairen sprongen uit hun tanks, dansten in de eetzaal met de zusters en rookten een goede sigaret. Wat een opluchting, wat een verademing!
De patiëntjes en verpleging van het Zeehospitium vieren de Bevrijding, 13 april 1945. Collectie A.A. Elfferich, hoofd van de linnenkamer van het Zeehospitium/ Museum voor de Verpleegkunde
Nadat Paterswolde bevrijd was, werden er filmvoorstellingen dansavonden georganiseerd voor het personeel van het Zeehos. Daarbij werd het weleens laat. Te laat, klaagde dokter Warns. Wie na half elf ’s avonds binnenkwam, verspeelde zijn of haar recht op de tweewekelijkse avondjes uit, en soms zelfs op vakantie.
In mei 1945 hield Eelde bevrijdingsfeesten met een optocht van versierde wagens. Ook het Zeehospitium deed mee. De kar was versierd met een kunststrand, waar patiëntjes op speelden, en droeg de wapens van Rotterdam, Katwijk en Eelde. De wagen won de vierde prijs.



Na de bevrijding
In augustus 1945 keerden de patiënten en personeelsleden van het Zeehospitium met zes autobussen en 17 Roode Kruisambulances tenslotte terug naar Katwijk aan Zee. Het Familiehotel bleef toen nog even bewoond: het achtste New Brunswick Hussars regiment van het Canadese leger vond er onderdak tot ze in januari 1946 terugkeerden naar huis.
In het voorjaar van 1946 keerde rust terug in Paterswolde. Het Familiehotel opende opnieuw de deuren, maar ditmaal voor haar gebruikelijke gasten.
Bevrijding van Paterswolde door het Canadese leger, 13 april 1945. Collectie A.A. Elfferich, hoofd van de linnenkamer van het Zeehospitium/Museum voor de Verpleegkunde
Beelden van het Zeehospitium in Katwijk en Paterswolde met dank aan Bep Kastelijns, die eerder over haar familiegeschiedenis schreef:
Kastelijns, Bep. ‘Tuberculose in de familie’, Kroniek. Magazine van historisch genootschap Roterodamum, nr. 28, 2021, p. 12-15.
Essink, Karel. Familiehotel werd Zeehospitium. Katwijks kindersanatorium in Paterswolde (1942-1945), 2021. Een uitgave van de Historische Vereniging ‘Ol Eel’ te Eelde.
Verpleegkundigen tegen Tuberculose, Museum voor de Verpleegkunde. Verpleegkundigen tegen Tuberculose – Museum voor de Verpleegkunde
Het archief van het Zeehospitium wordt beheerd door het Katwijks Museum.