Aan het front van de samenleving
Verpleegkundigen en verzorgenden leveren cruciaal werk, crisis of geen crisis. Deze tentoonstelling laat zien dat ze niet alleen aan het front staan tijdens oorlogen of epidemieën, maar dat zij aan het front staan van de samenleving. Deze tentoonstelling is een greep uit de grote hoeveelheid situaties waarin het werk en de stem van verpleegkundigen en verzorgenden een cruciale rol speelden.
Florence Nightingale en de Krimoorlog
Toen Nightingale samen met 38 andere verpleegkundigen op de Krim arriveerde, was er nauwelijks sprake van een noodhospitaal. Er was geen water, geen keuken en er waren vrijwel geen artsen of verpleegkundigen aanwezig. Mede dankzij het werk van Nightingale daalden de sterftecijfers onder de Engelse soldaten drastisch: van 40% naar 2%. Nightingale gaf deze indrukwekkende statistieken in kleurrijke grafieken weer. Zo wist zij machthebbende Engelse politici ervan te overtuigen dat goede ziekenverpleging cruciaal was in het bestrijden en voorkomen van besmettelijke ziekten. Voor de ziekenverpleging was personeel nodig, met een goede opleiding en salaris.
Met deze grafieken maakte Nightingale duidelijk waaraan de soldaten waren overleden (1858). Bron: Wikimedia Commons.
De Tweede Boerenoorlog
Het is 28 oktober 1899. Een aantal verpleegkundigen van het Nederlandse Rode Kruis staan klaar om per boot te vertrekken naar Zuid-Afrika. De Tweede Boerenoorlog is net uitgebroken. De Boeren, van oorsprong Nederlandse kolonisten, vechten tegen het Britse rijk. Duizenden mensen staan op de kade om de verpleegkundigen en artsen uit te zwaaien en toe te zingen, ondanks de stromende regen. Vooral collega-verpleegkundigen zijn volop aanwezig. Naar oorlogsgebied afreizen om te helpen… dat werd gezien als een grote eer en een voorrecht. ‘Naar het land van bloed en strijd, dragende, onbewust, zooveel liefde, zooveel toewijding, zooveel heldenmoed!’, schreef de aanwezige Anna Reynvaan voor het Maandblad voor Ziekenverpleging.
De verschrikkingen van de Boerenoorlog
Ook Cornelia Berendina Proot vertrok per boot naar Zuid-Afrika en verpleegde daar gewonden. In circa 1900 vertrok zij met de Russisch Hollandse Ambulance naar Kroonstad. Daar was een noodhospitaal ingericht. De omstandigheden in het hospitaal waren zwaar. Soldaten waren vaak ernstig gewond geraakt. Ook heersten er besmettelijke ziekten, zoals tyfus. De oorlog eiste daarnaast ook onschuldige slachtoffers, waaronder kinderen. Naast het noodhospitaal werkte Proot ook in een veldhospitaal aan het front. Het was niet alleen zwaar, maar ook gevaarlijk werk.
De Balkanoorlogen, 1912-1913
De Nederlandse Ambulance deed in 1913 verslag aan TvZ over de verschrikkingen tijdens de Balkanoorlogen in het huidige Turkije: ‘Kort voor onze aankomst in Tschorloe zijn 1500 gewonden binnengebracht. Het ziekenhuis kan het niet aan. Gewonden liggen buiten de muren van het ziekenhuis en binnen op stro in ongeschikte houdingen. Er is te weinig eten waardoor er telkens gebedeld en gedreigd moet worden aan het hoofdkwartier. Zeven verpleegkundigen zijn verantwoordelijk voor 120 zware zieken, waar normaal gesproken 4 verpleegkundigen per 1 persoon nodig zouden zijn.’
Gewonden liggen buiten de muren van het ziekenhuis en binnen op stro in ongeschikte houdingen.
Ailke Westerhof
Ailke Westerhof (1876-1946) werkte als verpleegkundige voor het Servische Rode Kruis tijdens de Balkanoorlog. Ze verzorgde gewonden zowel aan het front als in ziekenhuizen. Bij aankomst in een Servisch ziekenhuis wilde zij de röntgenkamer zien, zodat ze het apparaat eigen kon maken. In een hoek van de kamer trof ze een opeenstapeling van slachtoffers aan: sommige levend, sommige dood. Ze begon meteen met het verslepen van lijken en verzorgen van de gewonden. Dit gaf aan hoe haar leven zo plots was veranderd.
Hel op aarde
Deze heftige oorlog weerhield haar er niet van om ook tijdens de Eerste Wereldoorlog naar Servië te gaan om gewonden te helpen. Het was de ‘hel op aarde’ volgens Westerhof. Ze kreeg meerdere keren malaria en tyfus en door een infectie moest een van haar vingers worden geamputeerd.
In 1935 kreeg ze van het internationale Rode Kruis de Florence Nightingale Medaille uitgereikt door koningin Juliana, vanwege haar werk tijdens deze oorlogen. Ze was de eerste Nederlander die deze medaille ontving.
De Eerste Wereldoorlog
Ook tijdens de Eerste Wereldoorlog trokken verpleegkundigen naar het oorlogsgebied om gewonden te helpen. Dit keer konden zij niet rekenen op steun van het Nederlandse Rode Kruis. De Nederlandse overheid voerde namelijk een strenge neutraliteitspolitiek en het Rode Kruis gaf hier gehoor aan. Dit weerhield verpleegkundigen en artsen er niet van om teams samen te stellen en met behulp van donaties noodhospitalen op te zetten in onder andere België en Frankrijk. Het team van de Nederlandse Ambulance werd zelfs de grootste hulp van het Belgische leger.


Niet zonder gevaar
Voornamelijk jonge vrouwen voelden zich aangetrokken tot het verplegen in oorlogsgebied. Van veel jonge vrouwen werd thuis verwacht dat ze zouden trouwen. Door naar het buitenland te gaan, konden ze dit nog even uitstellen. Verplegen in oorlogsgebied was echter niet zonder gevaar, zo blijkt uit het verhaal van verpleegkundige Rosa Vecht. Zij werd geraakt door een granaatscherf en stierf aan haar verwondingen.
Rosa Vecht: verpleegster in de Grote Oorlog
Adrie
Schipper
Pandemieën
De Spaanse Griep was een van de grootste epidemieën ooit. Er vielen veel slachtoffers, vooral onder jongvolwassenen. Ook verpleegkundigen werden vaak slachtoffer, vanwege het uitputtende werk en gebrekkige bescherming. Er waren niet genoeg verpleegkundigen om de zorg op peil te houden, want een aantal was ook naar het oorlogsfront vertrokken. Toch hebben verpleegkundigen en verzorgenden een cruciale rol gespeeld in de bestrijding van de Spaanse Griep. Ze bevorderden de ventilatie en hygiëne bij mensen thuis en hielpen – waar nodig – in het huishouden. Ze bezochten soms wel vijftig tot zestig huishoudens per dag. Verzorging van de zieken gebeurde namelijk vooral thuis vanwege een tekort aan bedden in ziekenhuizen.
Advies in een lokale Amerikaanse krant, 18 oktober 1918. Bron: Wikimedia Commons.
Tuberculose
Aan het begin van de twintigste eeuw had de infectieziekte tuberculose (tbc) Nederland in zijn greep. In die tijd was het een nauwelijks behandelbare ziekte die vaak fataal afliep. Tuberculose was zeer besmettelijk en verspreidde zich via de lucht en via speeksel. Een medicijn was er nog niet. Genezing vond plaats in zogenoemde sanatoria, herstellingsoorden waar patiënten op voorschrift moesten rusten in de frisse buitenlucht. Begin jaren dertig waren er in Nederland 41 erkende sanatoria voor tuberculosepatiënten, met circa 3500 bedden.
De rol van verpleegkundigen
Verpleegkundigen speelden er een cruciale rol. Veel patiënten waren aan bed gekluisterd, omdat ze kortademig en vermoeid waren. Naast de algehele verzorging brachten verpleegkundigen de patiënten vaak met bed en al naar buiten voor frisse lucht. Ook droegen ze zorg voor het sputumpotje, waarin patiënten op hygiënische wijze het opgehoeste slijm kwijt konden. Verpleegkundigen kwamen ook bij tuberculosepatiënten thuis om hen te verzorgen. Daarnaast hielpen ze bij de bestrijding van tbc door het geven van advies en uitvoeren van bevolkingsonderzoeken.
Verpleegkundigen tegen Tuberculose
Dagsanatorium voor tuberculose-patiënten. In een dagsanatorium konden patiënten alleen in uitzonderingsgevallen overnachten. Overdag lagen de patiënten in lighallen, die soms met de zon mee en uit de wind gedraaid konden worden. Collectie Museum voor de Verpleegkunde
De Tweede Wereldoorlog
‘Lieve Aag, Meiske schrik niet, maar vandaag gaan we foetsie. Waarheen weten we nog niet en wat er met de mensen gebeurt weten we ook niet’, schreef de 20-jarige Claartje van Aals in haar een-na-laatste brief aan haar vriendin. Van Aals, een Joodse verpleegkundige, werkte vanaf 1940 in de Joodse psychiatrische instelling het Apeldoornsche Bosch. Op 21 januari 1943 werd zij, samen met 1023 patiënten en 46 personeelsleden, gedeporteerd naar Westerbork. Direct na aankomst, een dag later, schreef zij haar laatste brief: ‘Lieve Aag, ik zit in Westerbork en kan je voorlopig niet schrijven. Schrijf me wel terug, wil je?’ Op 2 februari werd ze naar Auschwitz gedeporteerd. Bij aankomst, op 5 februari 1943, werd ze direct om het leven gebracht.
Claartje van Aals
'Foute' verpleegsters
In totaal reisden in 1942 circa dertig Nederlandse verpleegkundigen vrijwillig af naar Kiev, Oekraïne, en een jaar later naar Chelm in Polen. Zij verpleegden daar nazi-soldaten die aan het oostfront tegen de Russen vochten. Ook de Nederlandse Ambulance koos tijdens de Tweede Wereldoorlog de kant van de nazi’s. De motieven van verpleegkundigen om zich bij de vijand aan te sluiten waren uiteenlopend. Zo speelde de drang naar avontuur, de omgeving waar ze waren opgegroeid en ideologie een rol. Historica Sietske van der Veen deed onderzoek naar de motieven van vijf verpleegkundigen die zich aansloten bij de Nederlandse Ambulance tijdens de Tweede Wereldoorlog. Haar scriptie lees je hier.
Imago van het beroep
Door de geschiedenis heen hebben de media een grote rol gespeeld in de vorming van het imago van het beroep verpleegkundige. Dit artikel uit de jaren vijftig is hier een goed voorbeeld van. Het betreft een interview met verpleegkundige Adrie Schipper. Het artikel noemt haar ‘verpleegstertje’ en ‘zustertje’, ondanks dat ze door haar werk in verschillende oorlogsgebieden een boegbeeld was voor collega-verpleegkundigen. Deze verkleinwoorden passen bij het beeld van vrouwen uit die tijd en eerder, namelijk: emotioneel, onstabiel en ongelijkwaardig aan mannen.
Oliecrisis
De autoloze zondag: tussen 4 november 1973 en 6 januari 1974 mocht je op zondag niet de weg op. Snelwegen werden door fietsers en rolschaatsende kinderen bereden. Voor de wijkverpleging was de auto echter essentieel om hun werk, dat steeds verder van huis was, te kunnen uitvoeren. Daarom kregen zij ontheffing van het rijverbod, benzinebonnen en autostickers om hun werk te kunnen blijven uitvoeren.
De autoloze zondag was ingesteld door het kabinet. Er was oorlog tussen Israël en verschillende Arabische landen, waarbij Nederland Israël actief steunde. Daarop besloten verschillende Arabische landen de toevoer van olie naar Nederland stop te zetten. Deze periode staat in Nederland bekend als de oliecrisis van 1973.



In opstand!
Vergrijzing, veel openstaande vacatures en bezuinigen. Dat klinkt recent, maar in de jaren zeventig bevond de extramurale zorg zich ook in deze positie. Werken in de extramurale zorg, zoals de wijkverpleging, werd steeds onaantrekkelijker. In ziekenhuizen kreeg je beter betaald en je hoefde geen extra sociaal-maatschappelijke opleiding te volgen. Daarbovenop werd in 1973 het budget voor volksgezondheid met zes miljoen gulden gekort, terwijl de overheid juist in het algemeen vijf miljoen meer te besteden had. Vooral de extramurale zorg werd er de dupe van, omdat subsidies werden geschrapt. De kruisverenigingen, die zich inzetten voor de extramurale zorg, kwamen daarom in opstand tegen het overheidsbeleid.
Gezinszorg in actie
Niet alleen de kruisverenigingen en wijkverpleging (link naar dossier) kwamen in opstand in de jaren zeventig, ook de Landelijke Aktiegroep Gezinszorg (LAG) liet regelmatig van zich horen. Door bezuinigingen dreigden voor kwalitatief goede hulp steeds minder uren beschikbaar te komen. Opschalen ging niet zomaar. Instellingen waar gezinsverzorgenden bij aangesloten waren, zaten aan een maximumaantal uur hulp gebonden. Voor een praatje met cliënten was hierdoor nauwelijks tijd. De wachtlijsten voor hulp waren zo lang, dat alleen nog de meest urgente gevallen werden ingeschreven op de wachtlijst.
'Wie is er nu echt ziek?'
- Meer werk, minder tijd
- Geen ruimte voor kwaliteit en verbetering in de zorg
- Geen compensatie voor het alsmaar intensiever worden van het werk
Het zijn punten die werden aangedragen door belangenvereniging Het Beterschap, voor hun campagne van 12 mei, 1982. Het laat de problemen zien uit de jaren zeventig en tachtig. En tot op de dag van vandaag zijn ze actueel. Verpleegkundigen en verzorgenden sloegen vaak de handen ineen om zich hard te maken voor verbetering voor zowel hun eigen positie als de positie van de cliënt.
Tussen de jaren zeventig en tachtig publiceerden verpleegkundigen en verzorgenden rond 12 mei, de Dag van de Verpleging, verschillende zwartboeken. Het zijn bundels aan klachten van verpleegkundigen en verzorgenden, met als doel: aantonen dat investering in de zorg nodig is. De zwartboeken werden aan de Tweede Kamer gegeven.
‘Kinderen liggen de hele dag alleen in de isoleer, triest te kijken, maar wij hebben geen tijd om een spelletje te doen’
Witte Woede, 1989
‘Agenten verdienen weinig, verpleegkundigen nog minder. De tijd is rijp voor actie.’ Deze oproep van verpleegkundige Gaby Breuer in de Volkskrant van 18 november 1988 zou het begin inluiden van een serie protesten die, net als verpleegkundige protesten elders in Europa, de ‘Witte Woede’ zou gaan heten. Samen met gelijkgestemde collega’s richt Breuer de actiegroep Verplegenden en Verzorgenden In Opstand (VVIO) op. VVIO eiste betere werkomstandigheden, een hoger salaris en een lagere werkdruk. Met massale stakingen en ludieke acties wisten verpleegkundigen en verzorgenden de publieke opinie voor zich te winnen. Een commissie onder leiding van Jos Werner onderzocht hoe de arbeidsomstandigheden en positie van verpleegkundigen en verzorgenden konden worden verbeterd. De VVIO ging in 1991 op in de Nieuwe Unie ’91 (NU ’91), een vakbond die zich uitsluitend richt op verpleegkundigen en verzorgenden.
Aidspreventie
Aan het begin van de jaren tachtig doemde er een mysterieuze, dodelijke ziekte op in de Verenigde Staten: aids. De ziekte leek aanvankelijk vooral jonge, homoseksuele mannen en intraveneus druggebruikers te treffen. Hoewel al snel duidelijk werd dat iedereen aids kon krijgen, bleven de stigma’s en vooroordelen kleven aan de ziekte. Medisch gezien was er in de jaren tachtig nog maar weinig voor mensen met aids te doen. Preventie en voorlichting waren daarom de belangrijkste wapens tegen de aidsepidemie. Verpleegkundigen speelden hierin een hoofdrol. Er werd zelfs een heel nieuw vak voor ingericht, als schakel tussen de arts en de patiënt: dat van verpleegkundig aidsconsulent.
Pioniers in aidsverplegingCorona
Verpleegkundigen en verzorgenden vervulden een centrale rol tijdens de coronapandemie. Het FNI verzamelde ervaringen en verhalen over hun werk. Zo blijven deze bewaard voor toekomstige generaties. Een deel van de verhalen zijn ingestuurd door verpleegkundigen en verzorgenden zelf. Ook zij zijn niet immuun voor de gevolgen van Corona. Dat blijkt wel uit ervaringen van hen die ziek werden en daar nog steeds veel last van hebben. V&VN interviewde verpleegkundige Lydia over haar herstelproces en hoe financiële steun haar verlichting biedt.
Het interview
Blijven investeren in verpleegkundigen en verzorgenden
Dit was een greep uit de grote hoeveelheid situaties waarin het werk en de stem van verpleegkundigen en verzorgenden een cruciale rol speelden. Investering is en blijft nodig om niet alleen de zorg te kunnen blijven bieden zoals die nu is, maar ook om in de toekomst steeds betere zorg te kunnen geven. Dat is in het belang van ons allemaal.
- A.W., ‘Oorlogsverpleging’, Maandblad voor Ziekenverpleging (1 februari 1913), 23-3, 165-168.
- De Knecht-van Eekelen, Annemarie, ‘Geschiedenis van het genezen; de behandeling van tuberculose in Nederland rond 1900’, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (1996), 140: 2195-9;
- De Tijd, ‘Wat de minister geeft met de mond, neemt hij met de hand weer weg’: kruisverenigingen klem door beperking subsidie’, 18 december 1972.
- Het Beterschap, mei 1982, 4.
- Het Beterschap, ‘Zwartboek’, mei 1982, 10-11.
- Hoekstra, Hanneke, ‘Verzorgsters komen massaal in actie Bestek ‘SI wringt de gezinszorg uit’, uit: De Waarheid, 24 april 1980.
- Stel, Jason, ‘Ailke Westerhof: een dappere verpleegster’, via deverhalenvangroningen.nl.
- Vugt, Loes van, en Michel van Erp, De witte woede: verpleegkundigen en verzorgenden in opstand 1988-1991, 2016.