Dag van de verpleging
Het voortdurende tekort aan verpleegkundigen was een belangrijke aanleiding om de ‘Internationale Dag van de verpleegkundige’ in te stellen. Nederland viert deze dag sinds 1964 jaarlijks op 12 mei, de geboortedag van Florence Nightingale (1820). In plaats van de officiële naam werd al snel de Dag van de Verpleging gebruikt.
Het idee voor een aparte Dag van de Verpleging kwam van de Publiciteitscommissie van de Federatie van Nederlandse Verenigingen, de toenmalige koepel van beroepsorganisaties. De Federatie volgde hiermee het besluit van de International Council of Nurses (ICN) uit 1963 om wereldwijd 12 mei als International Nurses Day te promoten.
De datum is dus niet willekeurig gekozen: Florence Nightingale wordt wereldwijd gezien als de grondlegster van de moderne verpleegkunde.
Na de Tweede Wereldoorlog was er wereldwijd een tekort aan verpleegkundigen, ook in Nederland. Al in 1954 werden pogingen gedaan om jongeren, vooral jonge vrouwen, op een subtiele manier enthousiast te maken voor het vak. Men wilde de belangstelling voor de verpleging vergroten en jonge meisjes aanmoedigen om in de zorg te gaan werken. Toch hielp dat niet genoeg.
In deze periode veranderde de arbeidsmarkt: vrouwen kregen meer beroepsmogelijkheden en kozen niet langer automatisch voor de verpleging. Daarom werd gezocht naar structurele oplossingen. Men vond dat de opleiding moest verbeteren en dat er een duidelijk onderscheid moest komen tussen verpleging en verzorging.
- Verpleging: gericht op het verzachten en bestrijden van de directe gevolgen van ziek zijn.
- Verzorging: gericht op het omgaan met de zijdelingse gevolgen van ziekte.
Dit onderscheid was nieuw en moest het beroep aantrekkelijker en professioneler maken.
Doel van de dag
De Dag van de Verpleging had een duidelijke doelstelling. De dag moest zorgen voor een beter imago van de verpleging, zowel binnen de beroepsgroep als daarbuiten. Het vak moest zichtbaarder en aantrekkelijker worden voor nieuwe generaties.
Daarnaast wilde men verpleegkundigen stimuleren om na te denken over de inhoud van hun beroep, hun eigen deskundigheid en verantwoordelijkheid. Het was nadrukkelijk niet bedoeld als een dag waarop verpleegkundigen alleen maar in het zonnetje gezet werden, al ontstond die associatie al snel.
In de praktijk kwamen er gezellige activiteiten voor patiënten en personeel. Soms werden patiënten verrast met een kleine attentie, bijvoorbeeld een sigaretje — iets wat tegenwoordig ondenkbaar is.



Dag van Actie!
Man, ga in de verpleging!
Met deze kop brengt De Telegraaf in 1971 het thema van de Dag van de Verpleging onder de aandacht. Journalist Frits Gonggrijp probeert mannen enthousiast te maken voor het vak. Hij benadrukt dat verpleegkundigen niet simpelweg hulpjes van artsen zijn, maar dat verpleging een teaminspanning is.
Voor veel mensen buiten de zorg is de mannelijke verpleegkundige in die tijd nog een “rare eend in de bijt”. Verpleegkunde wordt gezien als iets traditioneel vrouwelijks. Tegelijkertijd is er een tekort aan verpleegkundigen, iets wat de Federatie (de beroepsvereniging van toen) niet ontgaat. Daarom zet zij in 1971 de man in de verpleging extra in de schijnwerpers.
In het Tijdschrift voor Ziekenverpleging neemt de Federatie een duidelijk standpunt in: De verantwoordelijkheid en zorg voor gezondheid is een zaak voor iedereen, zowel mannen als vrouwen. Om die boodschap te verspreiden, biedt de Federatie voorlichtingsmateriaal aan, vooral gericht op scholieren. Zij kunnen zelfs op bezoek in ziekenhuizen om met eigen ogen te zien hoe het vak eruitziet.
Tong verloren...?
In 1973 riep de Federatie verpleegkundigen en verzorgenden op om hun stem te laten horen met de campagne “Tong verloren…?”. In een speciale folder werden prikkelende vragen gesteld, zoals:
“Hoe verloopt het contact met uw patiënten?”
“Is de communicatie tussen patiënt, uzelf en de arts voldoende?”
Op de achterkant van het affiche stond een scherpe boodschap:
“Het beroep verpleegkundige is, zoals dat nú gestalte krijgt, een tikje ziek. Vindt u dat onze zieke patiënten in sommige gevallen er beter aan toe zijn dan wij?”
Met deze campagne wilde de Federatie verpleegkundigen en verzorgenden aansporen om kritisch na te denken over hun beroep en zich actiever in te zetten voor de professionalisering van hun vak. Het was een duidelijke oproep om niet stil te blijven, maar invloed uit te oefenen op de ontwikkeling van de zorg.



1982 - Zwartboek van de verpleging
In 1982 was de stemming rond de Dag van de Verpleging minder feestelijk. Belangenvereniging Het Beterschap presenteerde het Zwartboek van de Verpleging, met als titel “Wie is er nu echt ziek?”
Verpleegkundigen waren overbelast, patiënten kregen te weinig aandacht en de kwaliteit van zorg stond onder druk. Het Beterschap verzamelde meer dan 45.000 handtekeningen en bood het zwartboek aan de Tweede Kamer aan.
In het zwartboek stond een duidelijke boodschap: er moest meer aandacht komen voor patiëntgerichte zorg en voor de werkdruk van verpleegkundigen. De verpleegkundigen-in-nood verklaarden zich solidair met de patiënten-in-nood.
Zichtbaarheid
Ziekenhuizen en andere zorginstellingen organiseerden op de Dag van de Verpleging allerlei activiteiten. Denk aan lezingen, forums, open dagen voor leerlingen en hun ouders, toneelstukken, tentoonstellingen en speciale vlaggen. Ook werd een boekje over Anna Reynvaan uitgedeeld.
Deze activiteiten lieten zien dat verpleging veel meer is dan “vieze karweitjes” opknappen. Ze gaven een positief beeld van het vak en trokken nieuwe mensen aan. Tegen het einde van de twintigste eeuw liep de belangstelling terug, maar de laatste jaren is er weer sprake van een opleving.
Soms lijkt de dag nog steeds vooral te draaien om een plakje cake bij de koffie, maar de echte bedoeling blijft hetzelfde als in 1964: stilstaan bij het vak, nadenken over eigen deskundigheid en professionele verantwoordelijkheid.