Naar de inhoud
Deze website is onderdeel van beroepsvereniging V&VN Onderdeel van beroepsvereniging V&VN

 

Zorgen voor haar medemens zat de Amsterdamse Ella Fetter in het bloed. Als diacones zette ze zich met hart en ziel in voor haar patiënten. Ook toen ze niet meer als verpleegster werkte, bleef ze omkijken naar de mensen in haar omgeving.

 

Ella Fetter (rechts) met een collega-diacones, 1934. Collectie Museum voor de Verpleegkunde

Een zwartleren koffertje

In de collectie van het Museum voor de Verpleegkunde vind je een zwartleren koffertje met dubbel slot. In dat koffertje ligt een netjes opgevouwen, handgemaakt diaconessenuniform, vergezeld van verschillende zwart-wit foto’s die een inkijkje geven in het leven van een verpleegster in de jaren dertig. De naam Ella Fetter staat nog altijd in de handgemaakte kleding. Wie was deze verpleegster?

Het reiskoffertje van Ella Fetter met handgemaakt diaconessenuniform. Collectie Museum voor de Verpleegkunde

Liefde voor het vak

Ella Maria Fetter werd op 6 april 1914 geboren in Amsterdam. Ze groeide op in Apeldoorn; het gezin was Evangelisch-Luthers. Het lutheranisme is een vorm van protestants christendom die zich baseert op het gedachtegoed van Maarten Luther. Al als kind wist Ella Fetter dat ze later graag verpleegster wilde worden. Toen de dominee van deze wens hoorde, raadde hij haar aan om naar de Lutherse Diakonessen Inrichting (LDI) in Amsterdam te gaan. Vanaf je achttiende kon je daar aan de opleiding beginnen.

Ella Fetter keek reikhalzend uit naar haar achttiende verjaardag. Niet lang daarna vertrok ze met haar koffertje naar Amsterdam om diacones te worden, wat ze vervolgens achttien jaar lang zou blijven. Over die tijd vertelde ze later altijd met veel liefde. Zuster Fetter ervaarde haar diaconessenwerk als een roeping, en ze hield van het vak van verpleegster. Het was de mooiste tijd van haar leven, zou ze later tegen haar kinderen zeggen.

De Lutherse Diakonessen Inrichting en haar verschillende gebouwen aan de Koninginneweg 1-3, ca. 1908-1939. Stadsarchief Amsterdam

Het leven van een Amsterdamse diacones

Zuster Fetter woonde samen met de andere diaconessen op Koninginneweg 1-3; ze werd daar op 16 juni 1932 ingeschreven. Slaapkamers werden gedeeld met één andere diacones. Er was een gedeelde algemene zitkamer. Als diacones kreeg je geen salaris, maar kost en inwoning. Dat betekende dat de verse maaltijden uit de ziekenhuiskeuken gratis waren en er geen huur betaald hoefde te worden. Van diaconessen werd verwacht dat ze ongehuwd of weduwe waren en zich toelegden op het werk. De diaconessen kregen wel wat bescheiden zakgeld, waarvan ze bijvoorbeeld hun kousen konden kopen. De diaconessenkleding kregen ze van de LDI, en werd altijd gedragen, ook in de vrije tijd.

 

Een hechte gemeenschap

Het ziekenhuis werd geleid door een besturend zuster en een predikant. De besturend zuster in de tijd van zuster Fetter was Johanna Rappange. Zuster Fetter was erg op haar gesteld.

De zus van Johanna Rappange, Marie Rappange, werkte ook in de LDI en werd een goede vriendin. Later werd zij voor de kinderen van Ella Fetter ‘tante Marie’.

De diaconessen vormden een grote en hechte gemeenschap. Ze woonden en werkten samen en vormden zo een soort familie, met de besturend zuster en de predikant als de ‘moeder’ en de ‘vader’ van het diaconessenhuis.

Besturend zuster Johanna Rappange. Stadsarchief Amsterdam

 Diaconessenkleding staat altijd goed. Ik kan ermee naar een begrafenis, en ook naar een bruiloft.

– Zuster Ella Fetter

Het ziekenhuisgebouw

Het ziekenhuis kon zichzelf van veel dingen voorzien. Er was een postkamer en een telefooncentrale, waar zuster Fetter als leerling-diacones weleens achter het schakelbord zat. Daarnaast had de LDI een eigen kapel waar de patiënten en de zusters diensten konden bijwonen.

De LDI was gevestigd op Koninginneweg 1-3 in Amsterdam, pal naast het Vondelpark. Op Koninginneweg 1-3 waren het ziekenhuis, de kapel en de kamers voor de diaconessen gevestigd. Het ziekenhuis had verder een eigen röntgenafdeling, een laboratorium, een polikliniek en een kraamafdeling. In 1929 had de LDI honderdvijftig bedden ter beschikking.

Koninginneweg 2 was het huis voor rustende zusters. Diaconessen konden daar na hun actieve jaren wonen en kregen opnieuw kost en inwoning. Zonder salaris kon je immers niet sparen voor je oude dag.

De kapel van de Lutherse Diakonessen Inrichting, ca. 1908-1939. Stadsarchief Amsterdam

Vakantiehuis

Daarnaast was er een vakantiehuis in Lochem (Gelderland). Daar konden de diaconessen in groepjes heen om af en toe even uit te rusten van het werk. Een klein reiskoffertje was genoeg; ook tijdens deze vakanties droegen de diaconessen hun uniform.

Als zuster Fetter naar het vakantiehuis in Lochem of een paar dagen naar haar moeder in Apeldoorn ging, nam ze telkens haar zwarte koffertje mee. Waarschijnlijk reisde ze er ook voor het eerst mee naar de LDI in Amsterdam in 1932. Ze gebruikt het koffertje maar liefst achttien jaar.

Zingen in het trappenhuis

Elke diacones was verantwoordelijk voor haar eigen groepje patiënten. Het werk was pas klaar als alle patiënten niets meer nodig hadden, of tot de nachtzuster arriveerde. Daardoor ontstond er ook een band tussen de patiënten en diaconessen. Als patiënten uit het ziekenhuis werden ontslagen, liepen de verpleegsters mee tot de voordeur, om ze uit te zwaaien. Soms zaten daar bijzondere patiënten tussen. In de jaren dertig verpleegde zuster Fetter Max Euwe, destijds de wereldkampioen schaken.

Het geloof speelde in het leven en het werk van de diaconessen natuurlijk een grote rol. Met patiënten bidden, zingen en uit de bijbel lezen was onderdeel van het werk. Zuster Fetter deed dit aan het tafeltje dat midden in de ziekenzaal stond. Op gezette tijden verzamelden de zusters zich in het trappenhuis om christelijke liederen te zingen op de gang, zodat alle patiënten het goed konden horen.

Op 23 mei 1939, zeven jaar na haar start als leerling, ontving Ella Fetter haar A-diploma. Ze was nu officieel verpleegster.

De Tweede Wereldoorlog

De effecten van de Tweede Wereldoorlog op de LDI bleven relatief beperkt. Voedsel en medische benodigdheden werden nog steeds geleverd, waardoor het ziekenhuis goed kon blijven functioneren. Toch drong de oorlog ook tot binnen de muren van het diaconessenhuis door. Een Duitse medische staf werd aangesteld. Ook verpleegden de Nederlandse diaconessen Duitse militairen.

Voor Duitse militairen waren diaconessen een herkenbaar beeld; de oorspronkelijke diakonessenbeweging kwam uit Duitsland. Zuster Fetter werkte tijdens de oorlogsjaren soms ook als assistent van een Duitse chirurg op de operatiekamer van de LDI. Ze vond het niet moeilijk om met een Duitse chirurg samen te werken. Ze had geen aandacht voor politiek, maar wel voor mensen. Een patiënt was een patiënt, en daar droeg ze zorg voor zo goed als ze kon.

Een Duitse militair regelt het verkeer op de kruising van de Zeilstraat en Amstelveenseweg met de Koninginneweg, enkele honderden meters bij de LDI vandaan, mei 1940. Stadsarchief Amsterdam

Wijkverpleegster in de Hongerwinter

In 1941 behaalde zuster Fetter haar diploma’s Wijkverpleging en EHBO. Daardoor mocht ze ondanks de avondklok over straat en door het destijds afgesloten Vondelpark om haar patiënten te bezoeken. Ze voelde zich beschermd door haar uniform. Het was soms pikkedonker, want vanwege het gevaar van luchtaanvallen moesten ramen verduisterd worden en mochten lantaarnpalen niet aan.

Tijdens de Hongerwinter heeft zuster Fetter geen honger hoeven te lijden. De patiënten en het personeel van de LDI bleven voorzien van genoeg eten en drinken om te overleven. Als wijkverpleegster zag zuster Fetter wel schrijnende situaties van hongerlijdende gezinnen in de kou. Het verlenen van een goede verpleging werd door de schaarste ook uitdagender. Ondanks die ellende wilden sommige gezinnen ‘hun zuster Ella’ uit dankbaarheid soms tóch nog iets geven.

Tijdens de oorlog beleefde zuster Fetter ook een bijzonder moment. Op 16 januari 1944 werd ze ingezegend als diacones. Haar opleiding was toen echt compleet.

 

Vertrek uit de Lutherse Diakonessen Inrichting

 

Na de oorlog bleef zuster Fetter aanvankelijk nog in de Lutherse wijkverpleging werken. Daarnaast organiseerde ze in het Zusterhuis van de wijkverpleging in de Eerste Helmersstraat bijeenkomsten en naaikransjes voor Lutherse vrouwen. Zij konden langskomen om thee te drinken, te naaien en liederen te zingen. Zulke bijeenkomsten waren er ook in andere wijken. Ook dat hoorde bij het diaconessenwerk.

Zuster Fetter stopte in 1950 met haar geliefde beroep. De LDI was veranderd. De besturend zuster Johanna Rappange was overleden. De inrichting was gaan functioneren als een bedrijf met werknemers, die vaste werktijden en vrije tijd hadden en niet meer intern woonden. Zuster Fetter voelde zich er niet meer thuis. Ze koos voor een gezinsleven buiten de muren van de LDI.

De woning van de ‘wykdiaconesse’ aan de Eerste Helmersstraat 131, ca. 1908-1939. Op het bord naast de voordeur staat: Lutherse Wijkverpleging, Zusterhuis. Stadsarchief Amsterdam

Tijdens een van haar wijkbijeenkomsten kwam zuster Fetter de moeder van een voormalig patiënt tegen. Tijdens de oorlog had ze voor Gerard Jonker uit de Da Costastraat gezorgd, die pleuritis (longvliesontsteking) had. Het contact bleef bestaan, ook al verhuisde Gerard in oktober 1947 naar Eindhoven om voor Philips te gaan werken.

Op 17 mei 1950 trouwden Gerard Jonker en Ella Fetter in Amsterdam. Ze was toen 36 jaar oud, haar man 31. Ze gingen samen in Eindhoven wonen. In 1952 emigreerden ze naar Nieuw-Zeeland, waar hun dochter in datzelfde jaar werd geboren. Een van haar voornamen werd Johanna, naar zuster Rappange. Het gezin kon echter niet goed aarden in dit nieuwe land en keerde al snel weer terug naar Amsterdam. Daar werd zoon Albert in 1955 geboren. Vader Jonker ging op de afdeling Inkoop van vliegtuigfabrikant Fokker werken, en Ella nam de zorg voor de kinderen en het huishouden op zich.

Enkele jaren later kreeg het jonge gezin een groot verlies te verduren. Gerard werd ongeneeslijk ziek. Ella Fetter verpleegde haar man tot het einde, net zoals ze hem verpleegde toen ze hem leerde kennen. Tijdens de laatste fase van Gerards leven kwam een rustende zuster en oud-collega, zuster Cootje Oosterwelder, langs om ’s nachts te waken. Zo kreeg zuster Fetter toch nog een beetje rust in een zeer zware tijd. Gerard Jonker overleed op 30 april 1961. Hij liet zijn vrouw en twee kleine kinderen achter. Toch merkten haar kinderen tijdens hun jeugd nooit hoe moeilijk hun moeder het moet hebben gehad. Voor hen hield ze zich altijd sterk.

Eens een diacones, altijd een diacones

Ook na haar vertrek uit de LDI bleef Ella Jonker-Fetter onderdeel van de hechte diaconessengemeenschap. De diaconessen onderhielden goed contact en steunden elkaar als het nodig was. Ella Fetter ging ook na haar tijd als diacones geregeld op bezoek in het huis van de rustende zusters op Koninginneweg 2.

 

Dat Ella Fetter altijd in hart en nieren een diacones bleef, viel ook te merken in haar buurt en in de stad. Ze werd opnieuw werkzaam als wijkverpleegster en was actief bij de Raad van Arbeid, een orgaan dat verantwoordelijk was voor de uitvoering van sociale verzekeringen. In latere jaren ging Ella Jonker-Fetter langs bij ziekenhuizen en informeerde bij de portier of er Lutherse patiënten waren, die zij dan bezocht.

Ook in de buurt was ze altijd voor buurtgenoten aan het zorgen. Haar blik was altijd op anderen gericht. ‘Ze bleef altijd in de wijk werken,’ aldus haar kinderen. Ella Fetter was bescheiden en dienstbaar van aard. Voor haar hulp wilde ze nooit iets terug, ook niet toen ze zelf ziek werd. Ella Maria Jonker-Fetter overleed op 7 december 1989 op 75-jarige leeftijd in Amsterdam.

Het huis voor de rustende zusters op Koninginneweg 2, ca. 1908-1939. Stadsarchief Amsterdam

Nalatenschap

Ella Fetter voelde het eind jaren veertig al: tijdens de wederopbouw maakte de verpleegkunde allerlei veranderingen door. Door collectieve verzekeringen werd de zorg betaalbaarder en kregen steeds meer mensen toegang tot zorg. Medische innovaties maakten het verpleegkundig werk uitgebreider en complexer. Vanaf de jaren zestig noemden verpleegsters en verplegers zichzelf ook verpleegkundigen. Maar Ella Fetter voelde zich nooit een verpleegkundige. Ze voelde zich verpleegster, zuster, diacones, maar vond haar werk net zo waardevol als verpleegkundigen nu. Ze was zeer gehecht aan de diaconessengemeenschap van de LDI, maar begreep ook dat de verpleging veranderde.

En hoewel ze in latere jaren niet meer aan haar zwarte reiskoffertje gehecht was, bewaarde ze het toch. Haar kinderen brachten het uiteindelijk naar het Museum voor de Verpleegkunde, waar het nog altijd wordt bewaard.

 

Met speciale dank aan Jany Jonker en Albert Jonker.

Happee, J., J.L.J. Meiners en M Mostert [red.]. De Lutheranen in Amsterdam, 1588-1988: gedenkboek ter gelegenheid van 400 jaar Evangelisch-Lutherse Gemeente te Amsterdam (Hilversum, 1988).

Stadsarchief Amsterdam, Amsterdam, Archief van de Lutherse Diakonessen Inrichting, 997, 109-112, Fotoalbums, 1908-1939.