De man in de verpleging
Man in de verpleging
In 1903 merkte een auteur in het Maandblad voor Ziekenverpleging op dat een groot deel van de Nederlandse bevolking, zowel binnen de ziekenhuizen als daarbuiten, neerkeek op mannelijke verpleegkundigen. De meeste werkten hierdoor in een psychiatrische instelling of in een militair hospitaal. Ziekenhuisdirecties kozen liever vrouwelijke verpleegkundigen. Die hoefden ze minder te betalen en zouden hun beter gehoorzamen, vonden ze. Mannelijke verpleegkundigen richtten in 1906 boos over deze voorkeursbehandeling de Nederlandsche Verplegers Vakvereeniging (NVV) op. Via de vereniging wilden zij mannelijke verpleegkundigen versterken in hun functie.
Beperkt in handelen
Mannelijke verpleegkundigen hadden niet alleen een achtergestelde functie, ze werden ook beperkt in hun handelen. Ze mochten bijvoorbeeld, zowel van hun werkgevers als van de wetgever, niet met kinderen of vrouwen werken. In algemene ziekenhuizen klaagden de mannelijke verpleegkundigen dan ook dat zij hun praktische verpleegtechnische vaardigheden alleen konden oefenen op psychiatrische patiënten of op patiënten met een geslachtsziekte.
'Zaak voor ons allen'
Het duurde tot 1971 voordat de eerste mannelijke verpleegkundigen vrouwelijke patiënten mochten wassen. In datzelfde jaar koos koepelorganisatie de Federatie voor het thema ‘de man in de verpleging’ op de Dag van de Verpleging. In het Tijdschrift voor Ziekenverpleging (TvZ) neemt de Federatie een duidelijk standpunt in: “Los van alle discriminerende tendensen, historisch misschien verklaarbaar, willen we duidelijk stellen dat de verantwoordelijkheid en de zorg voor ons aller gezondheid, een zaak is voor ons allen, zowel mannen als vrouwen.” Vanaf dan beginnen steeds meer mannen aan de opleiding tot verpleegkundige. Vandaag de dag zet het Mannen Netwerk Verpleegkunde zich in om de verhouding man/vrouw in de zorg meer gelijk te trekken.