Verzuiling
Zorg verzuild
Tot de jaren zestig is Nederland ’verzuild’. Dit betekende dat de bevolking was verdeeld in vier hoofdgroepen: katholieken, protestanten, socialisten en liberalen. Die groepen leven grotendeels gescheiden, met elk hun eigen media, verenigingen en politieke partij. Vanaf 1924, toen de diploma’s officieel werden erkend, richtten vooral rooms-katholieke ziekenhuizen zich op het opleiden van verpleegkundigen. Als rooms-katholieken vonden ze namelijk dat juist zij ‘de beste verpleegkundigen’ moesten opleiden. In 1932 riep ook de Paus hiertoe op. Dit zorgde voor rivaliteit tussen de verschillende geloofszuilen en stond de eenheid binnen de verpleegkundige beroepsgroep in de weg.
De Federatie zorgt voor eenheid
Na de Tweede Wereldoorlog ontstond een beweging om de verdeeldheid te verkleinen, ook vanuit de verpleegkundigen, voor wie op dat moment meer dan zestig beroepsverenigingen actief waren. Zeven beroepsverenigingen namen het initiatief tot meer verbinding, waaronder de Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging, de Nationale Bond van Verplegenden, de Nederlandsche Roomsch-Katholieke Bond voor Ziekenverpleging, de Nederlandsche Bond van Wijkverpleegsters, de Vereeniging van Docenten in Verpleegkunde, de Bond van Directrices en Adjunct-directrices en het Diaconessenverband. Samen vormden ze in 1945 de Federatie van Nederlandsche Vereenigingen die de belangen van de verpleging en verplegenden behartigen. De overheid ging vanaf dan afzonderlijk met de Federatie onderhandelen. Alleen verpleegkundigen konden lid worden. Dit betekende voor de Bond een hele aanpassing, want die liet tot dat moment nog steeds artsen het woord voeren.
Rivaliteit
Het ontstaan van de Federatie betekende niet het einde van de onderlinge rivaliteit en het begin van eenheid, integendeel. De Nederlandsche Roomsch-Katholieke Bond streed verder voor meer invloed. Volgens zuster Gabriël (de religieuze naam voor Josephine Rieter) gaven de Nederlandse bisschoppen in 1952 alle religieuze verpleegkundigen, zusters en broeders gelijk stemrecht binnen de rooms-katholieke verpleegstersorganisatie. Daardoor groeide deze snel en werd die heel invloedrijk met vele buitenlandse contacten. In 1964 besluit de Federatie zich te hervormen tot drie organisaties: een algemene, een rooms-katholieke en een protestante. Zo vielen ze toch weer uit elkaar. De concurrentie tussen de drie beroepsverenigingen leidde wel tot meer professionaliteit. Zo richtten de katholieken de Katholieke Hogere School voor Verplegenden in Nijmegen op, geïnspireerd door een soortgelijke school in Leuven, België.