Beroepsprofiel
In 1988 stelde de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving het eerste beroepsprofiel voor verpleegkundigen op. Dit profiel vermelde twee niveaus: mbo en hbo. Het verschil tussen de twee niveaus zat in verantwoordelijkheid en hoe ingewikkeld de geboden zorg was. Maar in de praktijk werden de verschillen niet strikt toegepast.
Verandering in de jaren '90
Door maatschappelijke en verpleegkundige ontwikkelingen was het opleidingsstelsel aan het einde van de twintigste eeuw toe aan verandering. De specifieke vaardigheden die mbo- en hbo-verpleegkundigen onderscheidden, waren tijdens de opleiding goed aangeleerd. Alleen was het verschil tussen niveau 4 en niveau 5 in de praktijk vaak onduidelijk. Hierdoor voelden verpleegkundigen zich niet volledig benut in hun capaciteiten, wat frustratie veroorzaakte bij de verpleegkundigen van beide niveaus. In de daaropvolgende tientallen jaren werden verschillende pogingen ondernomen om dit probleem op te lossen, zonder succes.
Tijdlijn functiedifferentiatieHet samenhangend stelsel
In 1996 verscheen onder leiding van Joop van Londen het rapport Gekwalificeerd voor de toekomst: kwalificatiestructuur en eindtermen voor verpleging en verzorging. Het rapport legde de basis voor de nieuwe beroepsprofielen drie jaar later. Na ruim honderd jaar kwam er een eind aan de traditionele inservice-opleiding. Het nieuwe opleidingsstelsel, het Samenhangend Stelsel, bood mogelijkheden tot doorstromen en carrièrekansen. Het systeem bevat vijf verschillende opleidingsniveaus. Aansluitend kwamen er nieuwe insignes, passend bij de opleiding.
Duizend verpleegkundigen
In 2012 stelde beroepsvereniging V&VN een nieuw beroepsprofiel op. Dit profiel was gebaseerd op zeven rollen uit de CanMEDS-methodiek: zorgverlener, communicator, samenwerkingspartner, reflectieve en evidence-based professional, gezondheidsbevorderaar, organisator en kwaliteitsbevorderaar. Bij het opstellen van dit beroepsprofiel waren meer dan duizend verpleegkundigen betrokken.