Naar de inhoud
Deze website is onderdeel van beroepsvereniging V&VN Onderdeel van beroepsvereniging V&VN

De Tweede Wereldoorlog

De Tweede Wereldoorlog

Naast een ernstig tekort aan zeep, wc-papier, medicijnen, textiel en uiteindelijk voedsel, bracht de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog Nederlandse verpleegkundigen in conflict met hun geweten. Ze stonden vaak voor de onmogelijke keuze: wanneer mag je wel of niet handelen? Ze moesten bovendien aangeven of ze ‘Joods’ of ‘Arisch’ waren.

Joodse verpleegkundigen en patiënten

In september 1941 meldde dagblad Het Parool dat psychiatrische patiënten in Duitsland werden vermoord. Zij leidden volgens de nazi’s een ‘lebensunwertes Leben’, oftewel een leven dat het leven onwaardig is. Eind januari 1943 toonden de nazi’s wat ze ook in Nederland konden doen: in een nacht werden alle 1.023 patiënten uit de Joodse psychiatrische inrichting Het Apeldoornsche Bosch in een goederentrein naar Auschwitz gezet. Hoofdzuster Carolina Blok-Kan en Claartje van Aals boden vrijwillig aan ze te begeleiden terwijl de Duitse commandant 44 begeleiders aanwees.

Willem Wilschut

Willem Wilschut, de eerste verpleger in de Utrechtse psychiatrische instelling Willem Arntsz , was een verzetsheld en uiteindelijk een oorlogsslachtoffer. Hij had in de zomer van 1942 een Joods gezin onderdak gegeven. Bovendien weigerde hij om aan de nationaalsocialistische bestuurders van de Willem Arntsz Stichting de namen van Joodse patiënten door te geven. Willem Wilschut werd op 4 februari 1943 voor de eerste keer opgepakt. Een maand later was hij weer vrij, maar op 5 april 1944 viel een agent van de Sicherheitsdienst (de inlichtingendienst van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij) het huis van Wilschut binnen. Hij werd samen met het ondergedoken Joodse gezin gevangengezet. Willem Wilschut overleed op 31 maart 1945 in concentratiekamp Mauthausen in Oostenrijk.

Foute verpleegsters

Sommige verpleegkundigen kozen in de Tweede Wereldoorlog de kant van de nazi’s. In totaal reisden in 1942 en 1943 ongeveer dertig Nederlandse verpleegkundigen vrijwillig naar de stad Kiev in Oekraïne, en naar Polen. Daar verzorgden ze gewonde nazi-soldaten die aan het Oostfront tegen de Russen vochten.