Professionalisering
Het Maandblad voor Ziekenverpleging
Op 15 september 1890 verscheen het eerste nummer van het Maandblad voor Ziekenverpleging. Nederland was hiermee een van de eerste landen waar verpleegkundigen een eigen vaktijdschrift hadden. Verpleegster Anna Reynvaan en feministe Jeltje de Bosch Kemper waren de oprichters en zaten lange tijd in de redactie. Het tijdschrift moest verpleegkundigen informeren over nieuwe medische ontwikkelingen.
Informeren en discussiëren
Artikelen over hoe een ‘goede’ verpleegster zich moest gedragen wisselden artikelen over voedzaam eten en technische handelingen af. Naast informeren was het blad bedoeld om discussie te stimuleren. Verpleegsters en artsen stuurden reacties op elkaars artikelen naar de redactie en die publiceerde de reacties in het blad. Ook berichten uit toenmalig Nederlands-Indië kregen een plaats in het maandblad. Ze vertelden over gebeurtenissen, toestanden en hun werk in Nederlands-Indië, maar ook over de verschillen met Nederland.
Tot 1940 had vooral de medische beroepsgroep veel invloed op de redactie en de inhoud van het Maandblad voor Ziekenverpleging. Hierna nam het aantal artikelen van de hand van verpleegkundigen aanzienlijk toe. Het vakblad TvZ is de opvolger van het Maandblad voor Ziekenverpleging.
Eerste congres
In het Wilhelmina Gasthuis te Amsterdam vond op 4 en 5 oktober 1892 de ‘Samenkomst van Belangstellenden in Ziekenverpleging’ plaats. Volgens Jeltje de Bosch Kemper en medeorganisator Anna Reynvaan was het hoog tijd dat verpleegkundigen van alle rangen en standen met elkaar gingen discussiëren over zaken als de duur van hun opleiding, de beloning voor hun werk of de lengte van de uniformrok. Een bonte mengeling van bijna tweehonderd diaconessen, directrices, lekenverpleegsters, particuliere zusters, wijkverpleegsters en artsen vulde de congreszaal.
Een eigen bond
Terwijl ziekenhuizen steeds moderner werden, groeide de behoefte aan opgeleide verpleegkundigen. Elk ziekenhuis had zijn eigen opleiding tot professioneel verpleegkundige. Een jaar na de ‘Samenkomst’ richtten Anna Reynvaan en Jeltje de Bosch Kemper de Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging op om eenheid te brengen in de opleidingen en examens. Naast verpleegkundigen waren ook artsen bij de oprichting van de Bond betrokken. De Bond vond dat de opleiding tot verpleegkundige niet thuishoorde op rijksscholen, maar in het ziekenhuis, onder leiding van artsen. De Bond groeide eind negentiende eeuw uit tot de grootste en invloedrijkste beroepsvereniging voor verpleegkundigen.
Bond van directrices
Rond 1900 had elk ziekenhuis een (adjunct-)directrice die leidinggaf aan het huishouden en de verpleging. Samen met de geneesheer-directeur leidde zij de verpleegsters op en hield ze een oogje in het zeil. Het was een eenzame functie. Om elkaar bij lastige problemen te ondersteunen, richtten vier (adjunct-)directrices uit Amsterdam in 1899 de Bond van Directrices en Adjunct-Directrices van Ziekeninrichtingen en Vereenigingen voor Ziekenverpleging op. In het begin bespraken de directrices echter weinig serieuze zaken. Het was eerder een gezellig samenkomen dan een inhoudelijke vergadering.
Na 1920 bracht voorzitter en ziekenhuisdirectrice Frederike Meyboom nieuw elan. Relevante onderwerpen als leiderschap kwamen nu op de vergaderagenda te staan. Ook zocht de Bond internationaal aansluiting bij zusterorganisaties. In 1969 veranderde de naam van de Bond in Vereniging van Verpleegkundig Directrices en Directeuren van Ziekenhuizen. In 1976 is deze omgedoopt tot Nederlandse Vereniging van Verpleegkundige Directeuren in Ziekeninrichtingen.