Wet BIG
Wie is aansprakelijk?
Na de Tweede Wereldoorlog voeren verpleegkundigen steeds vaker medische handelingen uit die vroeger uitsluitend door artsen werden verricht, zoals het inbrengen van infusen, geven van intraveneuze injecties, hartmassage en beademing. Daarmee groeit de vraag: wie is aansprakelijk? Oorspronkelijk golden verpleegkundigen als de ‘verlengde arm’ van de arts, maar met de toenemende zelfstandigheid kwam behoefte aan wettelijke duidelijkheid en bescherming.
Tuchtrecht
In 1981 verscheen een eerste wetsontwerp met als doel het invoeren van tuchtrecht voor verpleegkundigen. De Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) werd in 1986 ingediend, verving de oude Wet op de Uitoefening van de Geneeskunst en trad in 1997 in werking. Doel van de wet was de kwaliteit van de beroepsuitoefening te bevorderen en te bewaken, en de patiënt te beschermen tegen ondeskundig handelen.
Artikel 3 en Artikel 34
Verpleegkundigen vallen sindsdien onder de zogenoemde ‘zware regeling’ (artikel 3): hun titel is wettelijk beschermd, zij staan ingeschreven in het BIG-register en vallen onder het tuchtrecht. Sinds 2009 moeten zij periodiek aantonen dat zij nog bekwaam zijn. Verzorgenden-IG vallen onder de ‘lichte regeling’ (artikel 34): hun diploma geeft levenslang recht op de titel, zonder register of tuchtrecht. Ook het deskundigheidsgebied van de verpleegkundige is wettelijk vastgelegd (artikel 33), wat duidelijkheid biedt aan publiek, beroepsgroep en opleiders.
Wet BIG-II
Om de verschillen tussen mbo- en hbo-verpleegkundigen wettelijk te verankeren, werd gewerkt aan een uitbreiding van de wet: Wet BIG II. Deze moest de hbo-verpleegkundige erkennen als regieverpleegkundige met meer zelfstandige bevoegdheden. Onder voorzitterschap van Doekle Terpstra probeerde de stuurgroep Toekomstbestendige beroepen in de verpleging en verzorging (2015) tot een gedragen onderscheid te komen.
Het voorstel leidde echter tot grote onvrede. Meer dan 20.000 verpleegkundigen sloten zich aan bij de Actiegroep Wet BIG II. Beroepsvereniging V&VN maakte daarop een ‘pas op de plaats’, en in 2019 trok minister Bruno Bruins het wetsvoorstel in.
Ondanks de politieke patstelling laten recente studies (Schalkwijk e.a., 2024) zien dat de beroepsgroep juist veranderkracht en veerkracht toont: verpleegkundigen blijven zich ontwikkelen en herdefiniëren hun rol in een voortdurend veranderende zorgpraktijk.
lees verder