Naar de inhoud
Deze website is onderdeel van beroepsvereniging V&VN Onderdeel van beroepsvereniging V&VN

Wettelijke bescherming

Wettelijke bescherming

Voor de ‘Wet tot wettelijke bescherming van het diploma voor ziekenverpleging’ in 1921 was het diploma en de titel voor zowel de Algemene Ziekenverpleging (A) als voor de Psychiatrische Verpleging (B) niet beschermd. Dit betekende dat iedereen zich kon uitgeven voor verpleegster, ook zonder diploma. Het insigne leenden ze dan bijvoorbeeld van een bevriende verpleegkundige die was gestopt met het uitoefenen van haar beroep. Deze situatie was allesbehalve goed voor de kwaliteit van de ziekenzorg. De nieuwe wet veranderde niet veel aan die situatie. De wet beschermde weliswaar de titel van verpleegster en verpleger, maar niet het beroep zelf. Vooraf aan de wet ging een lange strijd tussen de twee grootste beroepsverenigingen voor verpleegkundigen op dat moment: de Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging en Nosokómos.

Staatsinmening

Nosokómos streed samen met de Nederlandsche Verplegers Vakvereeniging (NVV) al sinds 1907 voor een wettelijk beschermd diploma. Ze pleitten voor een vijfjarige opleiding, zwaardere toelatingseisen, een vooropleiding om te zien of kandidaat-verpleegkundigen geschikt waren en vakscholen, los van het ziekenhuis dus. Bovendien wilden ze dat de opleiding en het examen onder Staatstoezicht kwamen. Tegenover deze standpunten stond de Bond die vooral een opleiding- en examenregeling wilde die voordelig was voor de ziekenhuizen en geen staatsinmenging.

Staatstoezicht

De toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Pieter Cort van der Linden, getrouwd met een verpleegkundige, vroeg in 1914 om advies ter zake. Zeven jaar later besloot zijn opvolger, P.J.M. Aalberse, dat er Staatstoezicht moest komen op de eindexamens van alle verpleegkundeopleidingen. De Bond had uiteindelijk de grootste invloed. Er kwam een examencommissie naar hun model. De diploma’s A en B kregen wettelijke erkenning. Daarbij hoorde het overheidsinsigne met aantekeningen, een puntenboekje en een handgrepenlijst. De verpleegkundigen moesten zelf het eindexamen en insigne betalen. Een insigne koste toen 5 gulden.

Succes

Het A-diploma werd bijzonder populair doordat er speciale aantekeningen aan konden worden toegevoegd – zoals de kraam-, kinder- en wijkaantekening – die nieuwe carrièremogelijkheden boden. Vooral de kraamaantekening was gewild: na zes maanden op de kraamafdeling, twintig bevallingen en tien gulden examengeld mocht het felbegeerde ooievaartje op het A-insigne worden bevestigd. Wijkverpleegsters genoten groot gezag, mede dankzij de Nederlandsche Bond van Wijkverpleegsters (1927) en boegbeelden als Aafke Gesina van Hulst, die de wijkverpleging aanzien gaf.