Verplegen in de GGZ
Mensen met psychische problemen wonen tegenwoordig zo veel mogelijk thuis. Ze krijgen behandeling via de huisarts, in een polikliniek of soms zelfs online. Het woord patiënt is vervangen door cliënt. Ook de vroegere ‘oppassers’ en ‘bewaarders’ bestaan niet meer. Hun plek is ingenomen door verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). In deze tentoonstelling zie je hoe die veranderingen stap voor stap zijn ontstaan.
Tot het begin van de 19e eeuw bleven mensen met een psychiatrische aandoening meestal bij hun familie wonen. Alleen wie geen steun kreeg, of als gevaarlijk werd gezien, kwam terecht in een zogenoemd dol- of gasthuis. Deze instellingen waren er vooral om de samenleving te beschermen tegen mensen die als ‘onaangepast’ werden gezien.
Daar zaten niet alleen mensen met psychische problemen, maar ook armen, mensen met een verstandelijke beperking en soms zelfs mensen met besmettelijke ziektes. Wie zich onrustig of agressief gedroeg, werd opgesloten in een ‘dolcel’. De middelen die men gebruikte om mensen in toom te houden, kwamen vaak uit straf- of martelpraktijken. Een voorbeeld is de mond- of muilpeer: een hard voorwerp dat in de mond werd vastgezet zodat iemand niet kon praten of bijten.
Verandering
Langzaam begon dit te veranderen. Steeds meer burgers en artsen vonden dat deze harde en straffende manier van omgaan met patiënten niet menselijk was. Zij pleitten voor een andere benadering. In 1841 kwam de eerste Krankzinnigenwet. Daarmee kregen de provincies de verantwoordelijkheid voor de gestichten, in plaats van kerken en steden. De wet schreef voor dat de zorg gericht moest zijn op behandeling en genezing.
In theorie betekende dit een vooruitgang. In de praktijk waren er echter veel problemen: er was te weinig ruimte, te weinig personeel en veel patiënten waren moeilijk te hanteren. Daardoor bleven opsluiting en isolatie toch veel gebruikt.
Rust en ruimte
De provincie Noord-Holland nam een voortrekkersrol. In 1849 werd het Provinciaal Geneeskundig Gesticht Meerenberg bij Santpoort geopend. Met de tweede Krankzinnigenwet uit 1884 kwam er meer nadruk op medische behandeling. Mannen en vrouwen moesten voortaan apart worden verpleegd. Nieuwe gestichten moesten ruim en rustig liggen, bij voorkeur in een landelijke omgeving met bossen. Werk in de buitenlucht werd gezien als onderdeel van de behandeling. Soms werden zelfs nieuwe spoorwegstations gebouwd, zodat familie hun verwanten makkelijker kon bezoeken.
Rond 1890 probeerden psychiaters hun instellingen meer op ziekenhuizen te laten lijken. Een bekend voorbeeld is dr. Jacob van Deventer, die in 1892 geneesheer-directeur werd van Meerenberg. Samen met zijn vrouw Antonia Stelling organiseerde hij het gesticht alsof het een modern ziekenhuis was. Hij voerde nieuwe behandelmethoden in, zoals bed- en badverpleging, en stelde hogere eisen aan het verplegend personeel.
Ook de gebouwen zelf werden aangepast. Psychiaters hoopten dat dit hun beroep een beter imago zou geven. De overstap van Van Deventer naar Meerenberg viel zwaar voor verpleegster en directrice Anna Reynvaan, met wie hij in het Amsterdamse Buitengasthuis veel verbeteringen had doorgevoerd. In een artikel uit 1892 prees zij zijn werk voor de psychiatrische verpleging.
“De geest die uit hem sprak leve voort, ook nu hij van ons is heengegaan.”
Groepsfoto op het buitenterrein van het Wilhelmina Gasthuis te Amsterdam, ca. 1895. In het midden zittend dr. J. van Deventer, met links daarvan zijn vrouw Antonia Stelling en rechts zittend Anna Reynvaan in zwarte japon. Collectie Stadsarchief Amsterdam.
De opleiding
Al vóór 1892 werd gepleit voor een aparte opleiding voor psychiatrische verpleging. In dat jaar werden de eerste diploma’s uitgereikt aan twee mannen en zeventien vrouwen door de neutrale Nederlandse Vereeniging voor Psychiatrie (NVP). Daarna volgden ook protestantse en katholieke instellingen met eigen opleidingen.
Toch was er discussie. Moest verplegen vooral gebeuren uit christelijke naastenliefde, of juist uit professionele kennis en kunde? Ook was er debat over wie geschikter was: mannen of vrouwen. De meeste psychiaters kozen voor vrouwen. Als mannen mochten werken, dan alleen bij mannelijke patiënten.

Verpleegster Grietje Oosterhuis behaalde dit diploma in 1898 na haar opleiding bij de Vereeniging tot Christelijke verzorging van krankzinnigen en zenuwlijders in Nederland. Deze vereniging beheerde in die tijd twee inrichtingen, een in Bloemendaal en een in Veldwijk. Collectie Museum voor de Verpleegkunde.
Een arts uit 1848, dr. G.H. Meijer, schreef dat voor psychiatrische verpleging vooral geduld en toewijding nodig waren. Dat waren kwaliteiten die in die tijd als typisch vrouwelijk werden gezien.
Tot oppassing en verpleging van krankzinnigen behoort het allergrootste geduld, het allergevoeligst hart, en wie deze hoedanigheden medebrengt, zal een ware zegen voor de krankzinnigen zijn.
Verplegers
In de tweede helft van de 19e eeuw namen opgeleide vrouwen geleidelijk het werk over van ongeschoolde zaalknechten en -meiden. Men vond dat vrouwen beter geschikt waren, omdat zij ‘van nature’ meer zorgzaam zouden zijn. Toch bleven mannen nodig in de psychiatrische verpleging, maar alleen voor de zorg aan mannelijke patiënten. Zij kwamen niet snel in leidinggevende functies terecht.
Omdat veel vrouwen stopten met werken zodra ze trouwden, was er veel verloop onder verpleegsters. Mannen bleven meestal langer in dienst. In 1906 richtten zij zelfs hun eigen beroepsorganisatie op: de Nederlandsche Verplegers Vakvereeniging (NVV). Hun uitgangspunt was dat mannen vooral door mannen en vrouwen door vrouwen verpleegd moesten worden.
Onrustige patiënten in psychiatrische ziekenhuizen lagen soms maandenlang in een lauwwarm bad om rustig te worden. Zo’n badbehandeling vereiste nauwkeurige oplettendheid van het verpleegkundig personeel. Als je niet goed oplette, dan kon de patiënt uitglijden en verdrinken. Voor de huid was deze behandeling ook niet prettig. Het warme water maakte de huid week en zorgde voor smetplekken en decubitus. Over het algemeen gaf de badbehandeling de zieke wel rust.

De permanente badbehandeling in het Provinciaal Geneeskundig Gesticht voor krankzinnigen Meerenberg. Collectie: Noord-Hollands Archief
Een volwaardige B-opleiding?
Een belangrijk discussiepunt was de opleiding van psychiatrische verpleegkundigen. Artsen in algemene ziekenhuizen vonden dat gestichten onvoldoende scholing boden voor het volledige verpleegkundediploma. Leerlingen moesten ook ervaring opdoen met lichamelijke ziekten. Psychiaters waren het daar niet mee eens: hun patiënten hadden vaak óók lichamelijke klachten.
In 1921 kwam er een wet die de diploma’s officieel vastlegde. Er kwamen twee varianten:
- A-diploma: algemene ziekenverpleging
- B-diploma: verpleging van mensen met zenuwziekten en psychiatrische aandoeningen
Ondergewaardeerd?
Voor 1920 speelden verpleegkundigen uit de ‘krankzinnigenzorg’ een grote rol binnen beroepsorganisaties. Zij stelden trots te zijn op hun beroep. Toch leek de psychiatrische verpleging minder gewaardeerd dan algemene ziekenverpleging. In 1921 werd gepleit om de zorg over te hevelen van het ministerie van Binnenlandse Zaken (Armenzorg) naar Volksgezondheid, zodat het beroep serieuzer genomen zou worden. Dat gebeurde pas na de Tweede Wereldoorlog.
Mede door het stigma rondom de psychiatrie moesten krankzinnigenverpleegsters extra hun best doen om aanzien te krijgen van de buitenwereld. Om dat respect te verdienen speelde het uniform met het witte schort een belangrijke rol. Dat uniform straalde discipline en trots uit. Op foto’s hielden ze boeken in de handen om te laten zien dat ze konden lezen en voor hun vak studeerden.
Verpleegsters van Krankzinnigengesticht Meerenberg te Bloemendaal. Ca. 1900. Collectie Museum voor de Verpleegkunde.
De Tweede Wereldoorlog
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kregen psychiatrische instellingen te maken met ingrijpende maatregelen. De nazi’s zagen psychiatrische patiënten als ‘onwaardig leven’. In heel Europa vonden gedwongen sterilisaties en massamoorden plaats. Het meest schokkende voorbeeld in Nederland is de deportatie van ruim 1300 patiënten en medewerkers van het joodse Apeldoornsche Bosch in januari 1942. Slechts 21 medewerkers keren levend terug. Een van de verpleegsters die vermoord werd in de oorlog was Klara (Claartje) van Aals.
Claartje
van Aals
Bombardement op Wolfheze
Bij operatie ‘Market Garden’, bedoeld om de brug over de Rijn bij Arnhem te veroveren, begon op 17 september 1944 dramatisch. Een zwaar bombardement trof het dorp Wolfheze. Het bombardement raakte ook het Psychiatrisch Ziekenhuis Wolfheze, nu Pro Persona. Er volgde een enorme chaos. Verpleegkundigen vluchtten met patiënten de bossen in. Tientallen patiënten kwamen om het leven. Vijf psychiatrisch verpleegkundigen sneuvelden. Hun namen:
- Adrie van der Graaf (1894-1944)
- Aldert Kooij (1897-1944)
- Simon Bunde (1902-1944)
- Antien Hakkers (1922-1944)
- Maria Poortvliet (1922-1944)
Personeelstekort
Na de oorlog ontstond een groot tekort aan personeel, vooral in de B-verpleging. Het werk was zwaar en slecht betaald, en vrouwen konden steeds vaker andere beroepen kiezen. Om nieuwe leerlingen te werven, werden voorlichtingen gegeven. Er werden ook mensen geworven uit vluchtelingenkampen in Duitsland en, vanaf de jaren ’50, vrouwen uit Suriname. Tot op de dag van vandaag wordt gediscussieerd over de vraag of het verantwoord is om zorgpersoneel uit landen te halen waar ze zelf ook hard nodig zijn.
Ziekenhuis en Psychiatrie
Vanaf de jaren ’60 kwamen er speciale afdelingen in algemene ziekenhuizen: de PAAZ (Psychiatrische Afdeling van het Algemeen Ziekenhuis). Hier konden mensen kortdurend en vrijwillig worden opgenomen voor observatie. Dit was nieuw, want voorheen hadden nauwelijks voorzieningen voor psychiatrische patiënten. Psychiatrisch verpleegkundigen speelden een centrale rol in de introductie van de PAAZ. Zij zagen dat niet alleen voorzieningen nodig waren, maar ook een prettig therapeutisch milieu. Daarvoor was een cultuurverandering nodig binnen de ziekenhuizen. De rol van de verpleegkundige op de PAAZ was cruciaal om dat milieu te bewaken. Daarnaast kregen zij inspraak in de behandelmethoden en zelfs beleidsvorming.
Kritische geluiden
Psychiaters experimenteerden al in de 19e eeuw met elektriciteit. In de jaren ’30 werd dit de elektroshockbehandeling. In de jaren ’50 kwamen de eerste medicijnen tegen psychische klachten, de zogeheten psychofarmaca. Na aanvankelijk optimisme ontstond kritiek. Medicijnen hadden ook nare bijwerkingen en elektroshocks werden steeds meer in twijfel getrokken.
Er kwam een beweging van kritische psychiaters en verpleegkundigen: de antipsychiatrie. Leerling-verpleegkundigen organiseerden zich, bijvoorbeeld in Aktiegroep Willem in Den Dolder. Mede door hun inzet kwam er in 1975 een nieuw lesprogramma, met meer nadruk op de psychologische kant van zorg.
Dagopleiding en specialisatie
De Mammoetwet van 1968 veranderde het onderwijs. Leerlingen konden nu kiezen voor een dagopleiding van drie jaar op MBO-niveau, of vier jaar op HBO-niveau. In 1997 werd de scheiding tussen A- en B-opleidingen opgeheven: er kwam één verpleegkundige opleiding. Binnen de GGZ kon men zich daarna specialiseren, bijvoorbeeld via een driejarige post-HBO-opleiding tot verpleegkundig specialist GGZ.
De geestelijke gezondheidszorg veranderde steeds verder. Verpleegkundigen kregen een grotere rol, cliënten bleven vaker thuis wonen en behandelingen konden ook online plaatsvinden. De tijd van oppassers, bewaarplaatsen en dolhuizen ligt ver achter ons. In plaats daarvan staat nu de professionele en gespecialiseerde verpleegkundige zorg centraal.
- 100 jaar diploma B-verpleegkundige, Geneeskundige Inspectie voor de Geestelijke Volksgezondheid, Staatstoezicht op de Volksgezondheid (Rijswijk, 1993).
- Biesheuvel, J.M.A., ‘De heer Mellenberg’ in: J.M.A. Biesheuvel, In de bovenkooi (Amsterdam, 1972) 7-18.
- Binneveld, J.M.W. en M.J. van Lieburg, ‘De eerste psychiatrische revolutie in Nederland: een revolutie die niemand wilde’, Tijdschrift voor Psychiatrie, jg 20, nr 1 (1978) 517-534.
- Binneveld, J.M.W., ‘Ziekte en gezondheid in historisch perspektief’, Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis, jg 8 (1982) 94-111.
- Blok, Gemma, Baas in eigen brein. ‘Antipsychiatrie’ in Nederland, 1965-1985 (Amsterdam, 2004).
- Boschma, Geertje, ‘Naar een professionele psychiatrie (1884-1918)’ in: Joost Vijselaar red., Gesticht in de duinen. De geschiedenis van de provinciale psychiatrische ziekenhuizen van Noord-Holland van 1849 tot 1994 (Hilversum, 1997) 91-121.
- Boschma, Geertje. ‘Beyond the Cuckoo’s Nest: Nurses and ECT in Dutch Psychiatry, 1940–2010’. Histories of Nursing Practice, (Manchester 2015).
- Boschma, Geertje. ‘De PAAZ Vanuit Verpleegkundig Perspectief’. Tijdschrift Voor Ziekenverpleging, vol. 134, no. 4, 2024, pp. 20–22.
- Brouns, G., Sociaalpsychiatrische verpleegkunde. De ontwikkeling van een verpleegkundig specialisme in het domein van de Nederlandse sociale psychiatrie (Universitaire Pers Maastricht, 2010).
- Cottaar, Annemarie, Zusters uit Suriname. Naoorlogse belevenissen in de Nederlandse verpleging (Amsterdam, 2003).
- ‘Een wandeling door het oude Buiten-Gasthuis’, Maandblad voor Ziekenverpleging jg 1, nr 12 (1891) 1-5.
- Esch, P. van der, Geschiedenis van het Staatstoezicht op krankzinnigen, deel I (Leidschendam, 1975-1980).
- Goudswaard, N.B., Inleiding tot de geschiedenis van de verpleegkunst (Rotterdam, 1994).
- Koekoek, Bauke, et al., ‘Verpleegkundigen opleiden voor de ggz’, Maandblad geestelijke volksgezondheid, jg 68, nr 6 (2013).
- Kramer, F., Geschiedenis van de zorg voor geesteszieken (Lochem, 1969).
- Meijer, G.H., Handboek voor pleegzusters en ziekenoppassers (Groningen, 1848).
- Meyboom, F., Grepen uit de geschiedenis van zorgen en verzorgen (Amsterdam, 1970).
- Schermers, D., Handleiding bij het verplegen van krankzinnigen (2e druk, Leiden,1901).
- Stegge, Cecile aan de en Cornelis van Tilburg red., Helpen en niet schaden. Uit de geschiedenis van verpleegkunde en medische zorg (Antwerpen/Apeldoorn, 2013).
- Stegge, G.J. Cecile aan de, ‘Honderdtwintig jaar psychiatrische verpleegopleiding in Nederland’, Tijdschrift voor de Geschiedenis der Geneeskunde, Natuurwetenschappen, Wiskunde en Techniek. Gewina, jg 27, nr 2 (2004) 78-99.
- Stegge, G.J. Cecile aan de, Gekkenwerk. De ontwikkeling van het beroep psychiatrisch verpleegkundige in Nederland 1830-1980 (Maastricht, 2012).
- ‘Verslag van de Samenkomst van belangstellenden in ziekenverpleging op 4 en 5 October 1892, in het Wilhelmina-Gasthuis te Amsterdam’, Bijvoegsel van het Maandblad voor Ziekenverpleging, jg 3 nrs 2 en 3 (1892) 34-83.
- Vijselaar, Joost, ‘Inleiding’ in: Joost Vijselaar red., Gesticht in de duinen. De geschiedenis van de provinciale psychiatrische ziekenhuizen van Noord-Holland van 1849 tot 1994 (Hilversum, 1997) 9-12.